comptoir des 234 Inworps Kierein Schoonen 3/4 "Oces Y" Können teken, [incompréhensible] 9.° vt. meeder SerenTekening böm. Fuitel Just Havelaar: Hoogtepunten der Oud-Hollandsche Landschapkunst Beteekenis v. h. Oud-Hollandsche Landschap I Verhouding tot de natuur. De middeleemosche kunst is er een van ideëte zinnebeeldigheid geweest. Men bestudeerde de natuur niet men verbeeldde sich symbolen. Haar eigenlijke openba- ring bleef dan ook de architectuur, en haar verhevenste schepping werd de Gothische Kathedraal: deze monumenten u v. een eenwigheidsabotractie sien we nog steeds als iets geheel onbegripelijks. Maar toen de schoone abstractie tot theorie verstard was, vertrak de mensen. geest het stelsel dat geen ruinte an voor verbeelding meer schenken kon. Allengs werd de levens-conceptie van hemelsch, aardsch: niet meer de hunke- 29. Febr rende extase voor't boven-natuurlijke, maar de blijdschap voor de aardsche zienlijkheden beheerschte voortaan het gemoedsteven v. d. Kunstenaars. De Re- naissance her-ontdekte de werkelijk- heid: De Renaissance bereidde een nieuwe levensbeschomöng voor, volgens welke de mens niet meer door de genade v. Christus, maar" van nature"goddelijk is; en ons 13 Febr'44 „Ik" vorinde het centrale punt, van waar- nit de natuur werd gezien. Dat heilige"ik" werd begrepen als de"Persoonlijkheid" De Renaissance heeft ons de stemmings- kunst gebracht, de kunst der physischemotioneele gewaarwording. L. da Vinci, en na hem, suiverater nog, Giorgione en Titiaan, waren waarschijn- lijk de heerste stemmingskunstenaars v. Europa. De Haliaanse Renaissance- kunst heeft op haar hoogtepunt ver- eenigt: weldezin en steinningsver- dieptheid. Het réalisme bleet nog ver- idealiseerd. In Corregio zwelt een zwaarte van toon en stemming uit tot’t pattros van’t zelf-verzadigd genie. De natuur-lyrick gaat verloren in het decorative toonbeeld. het is het landschap v. h. woelde-dronken Barok, die langs Veronese en Rubens in de décorative pakiszwier van Ticopolo en in de clegante Salonchique v.d. Franscu Paris XV-stijl verwerd tot een kunst van weelde-ziw sonder stemmings-verdieptheid. De Ital. Ren. doet de preuk tussen, kunstenaar en mensen-wereld voor- voelen, maar de Neder anders waren de eersten, die het landschap ont volken om het tot een zelfständige kunstuiting te verheffen. 2 II Europa en Tederland. Haltië, land der oude tradities. De Ro- meinse sin voor het weidsche is er nooit te voor gegaan; men concipieerde er de dingen in't groot en men schaamde zich er voor het kleine. Daaren tegen is het geestelijk leven inde Noordelijke landen altijd schuchterder. Huiselijkheid heet hier een deugd, waar- mee niet gespot mag worden(Vermeer, P. de Hoog.) enz. Realisme en Romantiek I De vroege ontwikkeling De hoogste schepping der Gothick in de Noordelijke Nederlanden is het getijde- boek:"Les Heures du Duc de Barry". Het Realisme is hier meer als weten. schap aanwezig, dan als waarneming Het individueel-karakteristieke te- geven werd nog niet nagest reeld. Het zijn verbeeldingen van:"de jacht" het boeren bedrijf, enz. £1390-1441 Van Eyck, die hiet veel later werkte ongeveer terzelfder tijd. Hij ontdekte de realiteit der hat mir. Hij was een positivist en daarom juist kon hij de stap doen naar de realiteit inde schilderkungt In het"Huvelijk van Arnolfini" zijn vereenigd: Bichrale werkelijkheids- zin, individueele psychologie en veral- gemeend idealisme. Deze Krare en souvre, comptete schildersverbeelding zou men de synthese kunnen noemen van Gothiek en Renaissance. Van Eycks rijke natuur conceptie verstarde spoedig tot een dogmatisch schema: de rotsen, bergen en geboomten verwerden tot een Fraze der conventie. Toch wolueerde onder deze dode vormelijkheid de nieuwe geest der hatuur- 1400 Bouts v. d. Weyden, 1410.75 erkenning door(um w ?-1482v.d. goes.) 90 Geertgen tot St. Jansonderscheidde zich 1460 van dezen door zijn eenvoud en innig- heid. 1460- 1523 Na Geertgen kwam Gerhard David. Hij verhaalde het sprookje van licht en donker. Hij is nog natuurlijker maar iets van de stemmingsnaieriteit is verloren geraakt. Het réalisme was er, maar nieu scheen niet recht te weten wat er niee aan te vangen. We geraakten niet alleen staatkundig onder Dnitsen imloed. De Duitsers hadden een brociende duistere dieppinnigheid. De Hollanders die realisten en positivisten waren, voelden van dit soort schoonheid nagenoeg niets, zodat zij slechts het schale behielden. 1494-1533 1507-'75 2.3.44. Lucas v. Leyden verhollandsde deze Duitscheid weer:"Moraliseer niet, denk niet, maar sie om u heen."Dat was zijn moraal. In Italië Mantegua, in Duitsland, wilde Dürer het zelfde als lucas v. l. Misschien sijn deze beide groter dan Lucas v. Leyden en toch blijft nij naast hen van selfstandige betekenis in zoverre hij Hollander was. Toch ook na hem kwijnde Holland nog. Hij had geen school. Toch leefde er cén, die heim begrepen had: Pieter Aertsz. De Kunst in heel Europa ontwikkelde zich van het lineaire naar het zuiver dicturale: In zijn„Stierenkop doet Aertsz“ ond die ontwickeling sien. De grote tra- ditie van onse 17 eenig werd hier reeds aangegeven. Tussen deze Stier en die van Potter is geen wezenlijk verschil. meer. Maar niet Holland, Vlaanderen zou vóórgaan(Breughel!) Het Landschap v. d. Vlaamsche Primitieren was een eigen aardige samensmelting v.d. traditie der laat-middeleemosche miniodure en der verniemsende werkelijkheids- studie: traditioneel was de uiterlijke ge- daante van zulk een landschap,- de Kinderlijke zin voor het uitheemse en 195-1562 1496 1561 werkte 530-'60 Werkte 1515-'24 ongewone,- zelfstandig waargenomen" waren de détails: de bloempjes, het wuivend gras enz. De détails en de kleur, het licht, de ruinte. Uit dese samensmelting ontstond een nieuwe traditie, overeenkomstig de ge- voelssteer van dien tijd. De Hollandsche Landschappen uit’t begin der 16e eeun vertonen reeds het type, waarvan voor- Copig niet son worden afgeweken. Scorel wist het schema der traditie te verruimen door Italiaansen invloed te verhollanden. De Vlaming Bondeel(1496-1561) gât cen nieux clement aan: het pathetische. De stroom der rhetoriek nit Vlaande- ren kwam over ons land; later heeft Duitse dweepsucht romantische senti- mentaliteit er in gebracht. De Vlamingen uit’t begin der 16e eenw: Herri-met-de-Bles en Patinier waren, de stichters der landschapskunst. Zij wisten nog weidsch te sijn in hun vry conventioneele voorstellingen. Zij spra- ken nog een sobere taal, die spoedig ver- loren ging en plaats maakte voor Vlaamse Thetoriek(Paul Bril). De 16 jaar jongere Mirou is nog pathet scher- Evenzo Adam Willaerts. Hun werk is niet valsch ondat het 20 phantastisch is, maar omdat het phantaotische so verbeeldingoloos bleef. 1568- 1625 II Het 178-1610 1583 1590- 1048 1576- 1639 veel primitiever zijn de fantasie-be- denkseltjes v. d. Fluweelen Beughel zijn leerling Govaerts verdramatiseer- de zijn werk. conflict van nationaal en international. In Nederland bleef men dolen in een droom sonder veel wesenlijkheid. De Duitscher Adam Elsheimer met een Fijne Opera-romantiek had geten in- vloed op onze kunstenaars en strekte tot in de 17e eeuw. Pynas en Lastman werden zelfs overtuigde discipels van hem. Lastman overtrof Elshaimer soms zelf in schilderskracht. hores Wittenbroeck, Nic. Moeyaert, Breenbergh, allen doen aan de selfde ruinen-poësie en rotsen-romantiek. Van Elsheimers obscure clair-obscure tot de watteachige weekheid van v. Poelenburg's nakend wegrluchtende meisjes, is maar een kleine stap De fijnste en belangrijkste van de se groep is Roeland Savery(1576-1639) hij onderging slechts van verre Els. neimers involved. Savery was een typisch voorbeeld v.d. Kunstenaar die in de Keutering der tijden leeft. Hij soekt en tracht in zijn werk te verenigen: réaliome en roman- tiek.(Bloemstuk in Utr. Museum) Zijn 7.3.44 III. -1590 1638 mooiste stuk is wel de"Kertenjacht" uit het Rijksmuseum. Hierin is vooral zijn dualisme merkba Door Savery was in wezen gewonnen: een Fijner Kleurgevoel, een wezenlijker, natuur-verbeelding, een stemmings voller innigheid. Hercules Seghers De Hollandsche kunst zou niet groot zijn in het zinnebeeldige; zij ontbloeide in de tijd der picturale natuuraanschouwing der stemmings-lyriek.-Deze nieuwe gezind- heid heeft eerst Seghers voluit geopen- baard. In de evolutie der Noordelijke schilderkunst duidt Seghers een nieuw moment aan. De kunst moest voort aan zijn een uitstorting van't eigen gemoeds- bestaan. Want voor de Middeleeuwers had kunest slechts de roeping, de religie te dienen. Volgens Dürer Vater had zij een tweevondige bestaansreden: als altaar-stuk en als portret. Voor Seghers lag nu het doel v. d. kunst niet meer in een ider buiten den mens, maar in een gevoel binnen-in den mens. Degers was onbekend in sijn tijd en leed bittere armée. Onder de enkelen, die heim Waardeerden was Rembrandt die veel werk van hem bezat en veel van hem geleerd heeft. Teghers was vooral een groot etser (Rijksprentenkabinet) maar ook enkele mooie Schilderijen v. hem zijn bewaard gebleven. zijn landschappen zijn weidsch, vaak overdreven langgerekt met grillige rotsen, vreemdsoortige bomen. Hij was een groot zoeker in alle mogelijke etstechnicken. Het zelf-behagelijk gedantaseer en de moni- doenerij van zijn trüdgenoten had voor hem geen bekaring. Hij was de eerste, die de bleeke visioenen der gemaniëreerden ver- wezenhijkte, die de visioenen(ook wel rots en berglandschappen) ten teven wekte. En het leven, dat was voor hem en de mees- ten, die na hem kwamen, de gevoelsdroom.- Veel zijner visioenen hebben de fel-levende expressiekracht, die in v. Gogh 20 treft. Terwijl al sijn tijdgenoten trachtten en al de latere natuurschilders der 17e eeuw nog veronderstelden, dat een taudschap ver- levendigd moest worden door er kleine figmortjes in te schilderen, voelde Seghers, dat die bedrijvige poppetjes de zuiverheid v. h. stemmingsbeeld stechts verstoren. konden. 't Is vaker gesegd, dat Seghers' werk nog her- innert aan de Duitse kunst uit’t begin der 6c eeuw(Altdorfer, Baldung, Riedt, Dürer), die kunst der Renaisance, die nog't sterkst Middekennesch gehleven was, ein künst van synthetische analyse, een antipicturale kunst. De 10 Seghers, die eerst wäärtijk den droom der Elsheimer-romantiek beleefde is tegelijk veel dieper dan zijn tijdgenooten doorgedrongen in de realiteit der dingen. Onze 17e eennesche kunst is overheerschend lyrisch-picturaal geweest: ticht effect cu toouverhouding werden er de uitdrikkingsmiddelen van. Bij Seghers nu gaat dit effect-volle en stemmings-innige samen met een spiritueel-platische wijze van zien, zoals we die uit de Gothick kennen. -Yrici Voorgangers. Onze oude schilderkunst wordt geken, merkt door haar argeloozen eenvend.- Toch na Lucas v. Leyden, Aertsz en Breughel, bleef ze, ruin anderhalve eeuw achtereen zweverig dwalen in de sfeer v.h. avontuur- lijke; zelfs Seghers had nog maar somo de waarheid ervaren, die de kunst onzer 17e eenu bezielen sou. Dit alles groeit langsaam en geleidelijk, zij't dan ook dat soms- als de tijd rijp is,- die evolutie schokgewijs geschiedt en het genie ont- staat. Een Hental jaren ongeveer vóór Van Goyen, kwamen zij, die soms op heel naïeve wijzc- braken met de traditioneele bewondering voor het exotisch en romaneske om, op soms. Kinderlijke wijze, hun diepe liefde 1585-1 te bekennen voor de naastbije werkelijk zij heid van't stakke, grijze vaderland. bezaten een gave ontvantelijktreid, de ernst en de eenvoud en oprechtheid, die hun juist onderscheidde v.h. maniërisne van hun voorgangers. Eer Rembrandt, Koninuck, Ruisdael, Holche- ma den„groten Stijl" konden scheppen v. d. Oud-Holl. Landschapkunst, moest die Hollandsche Natuur selve worden gekend en moest de droom van't eigenst gemoedsleven zijn nitingovorm hebben gevonden.— De lyrici nu en de waarnemers bereidden de symphonicën voor v. d. monumentaal-voelende ver- beeldingskunestenaars. De argelooze Avercamp heeft juist door die argeloostied zijn land-en-tijdgenoten aan hen zelf geopenhaard. Hij heeft hen geleerd, dat de wijze meus thuis gluk- kig weet te zijn en geen nymphen, oer- wonden en rotsen bedweept, solang slechts polders, stadsgrachtjes en straatjongens hem wesenlijk ver- trouwd sijn.- Averc. heeft den aesthe- tischen vorm gevonden v. h. Holland- sche nahmabeeld dier dagen, de formule voorvoeld v. d. komende kunst. Dit toont hij in zijn schilderyen van wintersche Landschappen met ijs ver- maak. Illustratief is alles gezier, die figuren ten voeten uit geschilderd met veel détails. 12 Een ontdekker was Avercamp niet. Het ijsge- zicht v. Verstraelen(mauritshuis), dat reecks in 1603 ontstond, schijnt nauwelijks anders 1590- 163 dan die v. Averc. Es. v. d. Velde, Arentsz. en 1589-1602 v. d. Venne werkten bij tijden allen in den zelfden geest. Implaats v. h. avontuurlijk. romaneske moest de eenvond terug komen, in plaat van het klenrige de enkele kleur, en die kleur werd gezien in haar atmosterische kleurloocheid. Kleur werd Toon.- Het in zichzelf reeds vereenwoudigde sneeuw- landschap kwam hun intuitief ver- langen als't ware te hulp. Van deze group schijnt Arentsz de Kinderlijkste: Regentandschappen met hoeren of visers op de voorgrond. Woliger en ook begaafder waren v. d. Verne en ist v. d. Velde, zij waren witskrachtiger en grepen soms vertangend terug naar het verleden, maar bleken het meest zich- zelf te zijn, waar zij de toekomstdroom voorvoelden. 596- 165 M v. Goyen was, na Seghers de cerste, die volkommen den geest uitdrukte v. d. grote landschapskunst onzer 17e eeuw.- Na Seghers, maar ook volkomener dan Seghers Hij gaf niet meer op de wijze v. Avercamp, ot op die van Seghers, een veelheid van verschijnings-vormen, maar hij gaf de eenvoud der gemoeds synthese.(Als een merkwaardige figuur tussen 8.3.44 II Van 1603-'77 Seghers en v. Goyen in, ware nog de austui- mig-romantische zeeschilder Porcellis te noemen.) V. Goyens werk is de eerste gerijpte niting v. d. 17e eennesche„steumungskunst“ Wat hetoben we onder Stemnings-kunst te verstaan?- St. k. is de openbaring der onbestemdneden v. h. gemoed. Lij geeft niet de lijn, den plastischen bouw, niet het ideeële wezen, nog den concreten vorm.; zij geeft het vage, vervbeiende, vernevelende zelfs tot de kleur blijft zij onbestemd, een wemeling v. grijzen en bruinen. Zij sugge- reert de levenssteer v. een dromer. Goyen en v.d. Teer. De apotheose van v. Goyens kunst is het schilderij:"de Eiken". Want hier is de innigste samenstemming bereikt, tussen’t weidse en't eenvoudige, en tussen droom en werkelijkheid. In dit werk is alles 20 van- zelf ontstaan. De schilder wilde dit niet 20 zien oudat hij het 20’t mooiste vord maar hij kón niet anders. Da den Weidschen v. Goyen was het v. d. Neer, de schilder der intieme bedachtsaamheid, die in de lijn der lyrische romantiely en voor sover het de tandschapkunst be- treft, met grote klaarheid een nieuw clement aan de reeds verworvene wist toe te voegen. zijn wintergesichten vertonen een logische 14 ontwikkeling ist die van Avercamp. Je zijn vroeiender geschilderd, ze zijn erischer en in zichzelf volkomener. Maar zijn be- Kendheid dankt v.d Neer aan zijn maandoorschenen nachten.- Onder de landschapschilders is v. d. Heer een der eersten geweest, die veel werkte met donkere par- tyen om het licht des te meer te taten uitkomen. Hij legde den vollen nadruk deze nieuwe derthetische wet, welke een nieuwe geesteshouding een andere in- nerlijke gesindheid aanduidt.— Intuitief koos v.d. Veer de maan-nacht(ook nachte- lijke branden), natuurmomenten uit, die 't meest met zijn aesthetisch verlangen overeensteinde de om de schoonheid uit te drukken van een effectrolle, sterksprekende licht concentratie. In de Lijn van v. Goyen en v.d. Neer, de lijn der stemmingslyriek ken ik- voor de latere, swaardere kunst,- geen 20 boeiende natinwerbeelding als die van Du Bois in 7 Mauritshuis. Du Bois behoefde niet de maannacht te zocken om een evenwicht te vinden Fussen de dagelijkse werkelijkheid en zijn innerlijke droom, soals ook v. Goyen geen winterlandschap meer nodig had om de natuur één van toon te zien. des III Goyemolgers e.a. van Van Goyen's invloed is groot geweest. Drie, die zich eerbiedig onderwierpen aan het werk van hun groten meester waren: Knitsbergen, v. Diest en v. Asch. Londer bot- weg te immiteren, hadden zij't wezen v. zijn kunst in sich opgenomen. Schijnbaar is geen kunst so eenvoudig als die van v. Goyen; maar juist hebben velen zijner volgelingen ons duidelijk gemaakt ha moeitijk deze cenvond te verwezenlijken s v. Goyen is tegelijk de ontdekker en voleindiger geweest v. d. oud-Holl. steumningkunst. Bij dese kunst ging de vorm der dingen in’t ruimtelijke haast verloren. Vandaar dat de vorin toen selfs in hooggestemde werken vaakonbelangrijk kou blijven. Het licht„heiligt“ veelat een trivalen, en soms trivaal gewelden vorm. Volop v. Goyens is nog het wertvan Dubbels Hij schilderde sacht-glanzige water- verschieten, klaar van toon en onder de blanke lucht. Soms rees de stemmig op tot’t mystérieure der zalige zwaar- moedigheid. Een rijker kunstenaars-natuur was wellicht Dutsbels' voorganger en ker- meester, Simon de Vlieger, een toouaangevende Figuur, hoewel hij vaak- onzeker en soekende lijkt.- Soms gat hij sich geheel prijs aan Rembrandt; 16 Fascinerende genialiteit, soins toonde hij zich een devoot discipel van v. Goyen. De schakel tussen deze twee totaal verschit lende figuren wordt gevormd door Por- cellis, die de Vlieger heeft beiwloed. Het best toont de Vlieger zich, waar hij zich nauw aansluit bij v. Goyen. Ttá de Vliegers mooiste werk(mus Boy- mans) komt niets nieuws meer bij het soude. Het werk van v. d. Cappelle, evenals Dukbels leerling van de Vlieger, Pereikt de uiterste Fijtzheid van zeehbeienden toon. Wel mooi is dit werk, maar te"mooi" haart, van een mooiheid, die men wek kan blazen: de verfijning ging niet samen met verdieping: de materie ver- vluchtigt. Sorgh grijst angstvallig terug naar de stoffelijke realiteit. Maar er ontstond een verdoezeld réalisme en een nuchter gebleven drömerigheid, een"lief" schilderij. Dat wat v. Goyen gegeven had, vervaagde bij zijn volgelingen. Na de ijle Techniek-verfijning en na de nuchtere verstoffelijking, zocht men zijn heil in’t effect. Bij Pieter Mulier, even cens berting van de Vlieger komt Aarzelend het Heatrale op in zijn water- gezichten met donker dreigende lucht. loch school hier een nieuwe schoonheid mogelijkheid, die de rijkstbegrafde van 1633-17opde Vliegers eertingen, Willem v. d. Velde de Jonge, ons openbaarde. Hij zocht,, belangrijke onderwerpen(het Kanonschot): en dat zou soms zijn redding zijn want in zijn„kalme zeeën bcreikte hij alleen" „snoezigheid".- Maar soals bij het Kanow- schot vergat hij zijn lieve manieren. In dit werk gaf hij een samenvatting van eigen streven en dat sijner geestverwanten zijn leermeester, de oude v.d. Velde, had reeds sijn leven besteed aan de uitbeel- ding van Fregatten en schepen: braat werk, eerlijk werk,- maar hier eerst werd de synthese bereikt, hier is in een volledig beeld de verrukking uitgedrukt die de Vollanders dier gloriedagen ondergaan zullen hetsben, als ze hun handelsschepen sagen uitvaren. of binnenkomen. Wel is dit een kunst van’t schilderachtig effect, maar dit effect is dan ook effectiol!- Kuwst als de se balanceert op het randje van de afgrond: de bana- liteit. Geen wonger, dat v.d. Velde zich zelf er maar selden wist te handhaven, en dat zij, die na hem kwamen hopeloos in't leege verzonken. Lien wij in Bakhuysen, die- hoewel leerling v. v. d. Velde's medeleerling Dutsbels-toch nog éven jongerwas dan v.d. Velde, de traditie reeds niet in haar verder stadium van décadence? Alleen een enkel mooi werkje van hem is 18 de"Haarlemmermeer"(Rijksmus.): het is statig en soper oudanks sijn onvermij- delijk„Licht-effect“ eu de Maar dit is niet de een van de werken, die kenmerkend voor hem zijn. Wie van Bakhuysen spreekt, denkt aan den rivier en zee-schilder met zijn pathetisch academisme, van allerzoetste corrects Scheepjes dotsberend op aller werste baren. Na Bakhuysen kwamen de glazige rivier-tatereelen van Verschuier, die reeds de darheid vertoonde van onze 18e eeuwse kunst.- Maak een mengsel van dit werk en Bakhuysen's pathetiek en gekrijgt de zee-gezichten van Schotel, de schilder, die in de laatste jaren de 18de en in de eerste der 19e cenio zijn kolos- Sale, nuchter-soete chromo's produceer- de.— Het was uit met de stemming lyriek. Voerman, de teeder-bezomene, gaF, voor't laatst misschien, een samen vatting. 9.3.44 Waarnemers De i I Saeuredam, portrettigt van Kerken en Potter, portrettist van vee. De Lyrici synthetiseerden op't gevoel. dij waren wenig diep doorgedrongen in Karakter der dingen, in't eiger wezen van plant of dier 597-1665 19 zij, die deze subjectief-lyrische synthese" intuitief voelden als een te genakkelijke overwinning waren misschien michteröter, maar ook boronkauer en diepanniger ten- slotte.— Zij, die 20 voelden voltooiden in andere richting dan v. Goyen de Kunst van Avercamp, Es v. d. Velde of Arentsz, die aan den eenen kant lyrici aan den anderen kant onelytici waren. In argeloze oprechtheid stelden zij zich tegenover de concrete verschijnsels. Lij aanschouwden de dingen met liefde. Want men kan niet aanschouwen zonder een diep contact te voelen tussen zich en de wereld. Dit heeft Saeuredam ervaren. Stil, in zichzelf versonken is hij de dingen gaan sien als een openbaring van wijsheiden geluk. Buiten alle symboliek om het un en binnen de sfeer v.h. réalisme, heeft hy een schoonheid verwerculijkt, die naar den geest, verwant is aan den geest v.h. Buddhabeeld. Saenredam heeft een korkinterieur gezien niet als een romantische fantavie, maar als bemöwerk. De geest, die uit zijn werken spreekt(Kerk te Assendelft! Rükomus!) is een geest van piëteit; en de schoontreids- ontroering welke hij geeft is een ver stilde en verklaarde.- Klaar ontvouwt zig zich het gegeven. Alle dingen staan in de koele, blanke lichtheid v. d. open dag. 1625- 54 20 En de gedeelten die in de schadun ge- doken zijn, behouden nog de klaarte van hun sachte kleurigheid. Deze Kleuren zijn haart vlakuit geschilderd. De lijnen zijn ijl en strak zonder ergens te verstrak- Keu tot mathematische lincaalstrepen. Alle onderdelen zijn trouwhartig gevolgd en nit gedrukt. Sacuredam handhaaft zich niet op een hoogte: hij heeft edeler maar vaak ook minderwaardiger werk nagelaten. Deze Kunströrin is te argeloos om sich in de breedte te kunnen ontwikkelen. De andere realisten v.h. oude Holland studeerden en analyseerden, opdat de grote scheppers dromen konden. Maar geen meus berust in analytisch onder soek; hij wil dromen boven de realiteit uit. Voor velen onzer 17e eenwse rea- listen bleef de onverzoenlijkheid van feit en droons het onoverkomelijk conHict. Potter is hier het grote voorbeeld. Een werkje van hein in't Rijksmus., da tnij al op 20jarigen leeftijd schilderde, doet ons een fijne, dromerige natuur ver moeden. Een herdershutje in ijl geboomte verscholen, op den achtergrond een wijd stil meer. Dit schilderijtje is seer bekoor- lijk. Drie jaren later schilderde Potter. machtig en nuchter sijn,"Stier". moet groot v. Karakter geweest zijn dat hij om niet te verkwijnen in een 21 gemakkelijk maniérisme, heel de charme heeft van zijn idyllische jeugd-dromerij prijsgegeven en koel, objectiet de naakte Maart teiten aamaardde en doorvorschte. heroïsch Potters levens-tragedie is, dat deze zelf- Tucht hem niet de mogelijkheid opende van een nieuwen, hoogeren droom. O Ferend heeft hij niet sichzelf kunnen worden.— zijn portret in't mauritshuis toont hem ons als een droevig-verlangende, zieke duxper, een gedesi) usioneerd asceet. Potter is in de 17e eeuw geweest wat Lucas v. Leyden was in de 16de en Jan Vett in onzen tijd: de Hollandse verstandsrea- list. Maar tragischer is hij dan deze twee, omdat men sijn daad voelt als zelf-negatie. Potter's"stier" is een dier Fantastische scheppingen, die outstaanuit den strijd tussen verstand en ziel- Dit jeugdwerk is zijn meesterwerk ge- beven. Hij kon alleen afzonderlijkheden waarnemen. Waar hij het eène ding uitbeeldde zoals in zijn strenge ruiter- portret van Dirk Tulp(verz. Six.), als in zijn som prachtige tekeningen en gravures, is zijn werk groot, haast monumentaal, streng en stijvol, waar nij samematten wilde en zijn poësis vinden, werd hij kleingeertig en burger- lijk.- 20 zien we een vell minder persoonlij/2 en gepiaal schilder als Beerstraten, in II De 1620- 1691 22 zijn"Puinhopen van't afgebrande Stad- huis te Amsterdam(Rijkomus.) gemakke- lijk bereiken, wat Potter, soekend en werkend, nooit bereikte. Het is Forsch van Kleur en breed van schildering. Zulk een schilder zou men een voortoper kunnen noemen van de suiver picturaalvoelende impressionisten. Deze Kunst, in haar uiterste bewustwording en in haar uiterste consequentie, is de kunst van een Breitner. Waarnemers(vervolg). Nog scherper voelen we Potter& geerstes ver- dorring als een wicturaal onvermogen, wanneer we zijn landschappen vergelijken met de vee-studies van Auyp. Strenger, ernstiger, merkwaardiger, s Potter, maar al sijn krampachtige moeite werd door den vlotweg genietenden Cuyp spontaan overwon- nem nauwelijks gevoeld. Cuyp was schilder en wilde niets anders sijn. De wereld was hem een heerlijk schomotoneel. In zijn Heer voelde hij sich triomfantelijk vrij. Augs heeft van alles geschilderd: landschap, vee, stilleven, genre, portret. Hij kende geen begrenzingen; maar hij was geen markante persoonlijkheid. Hij blijft de meest algemeine vertegewoordiger 1636-'72 1619-'68 1620-183 1018- 152 23 van’t Oud-Holl. schilders genie. De complete samenvatter van heel een kunstenaarsge- slacht. En al de schilders-idealen van dien tijd: de stemmingsvol-romantische de picturaal-realistische, de romantisch idyllische ideahen, heeft hij zich eigen ge- maakt en schoon verbeeld. Adriaen v. d. Velde, Wouwerman, v. Berchein, Both hebben allen van hem geleerd en hetoben hem allen verknoeid. Onzen onden schilders ontbrak het over 't algemeen minder aan Fijnheid van Waar- neming en gevoel, dan wel aan zelftewuste overtuigdneid. Zij hadden zich het wezen hunner kunst niet in den geest eigen gemaakt. En so zien we een uit- gebreide schaar-waaronder buiten gewoon begaat den- zoekend, dolend ronddolen, in de wijdte en als't ware slechts bij goed geluk de schoonheid openbaren van hun eigenlijk kunstenaars-wezen. Dit ge- schie dde alleen dan, wanneer ze in argelooftreid zich overgaven en misschien meenden minder belangrijk studiewerk te maken. Hoe onvolprezen schoon zijn veelal de studies v. deze schilders!(Adr. v.d. Velde Mus. Boymans!)- Een karakterloos maniërist als Du Jardin Kon prachtig zijn in zijn schetsen.- Van Wynants bezitten we prachtige Fragmenten, maar zijn"Schütcherijtjes" zijn meestal auf ein 24 week. Welk een verbasingwekkend technisch vermogen bezat een schilder als Wouwerman! En welk een kleurgevoel! Vooral in zijn paarden-sondies toont hij zich vaak van een geraffineerden schoonheidszin. Alsijn knappe, kondweeke, Hauwhartigsierlijke schilderijtjes vinden hun recht- vaardiging in een werk als zijn:"Witte Paard"(Rijkomus), dat door de voller kleur-melodie tot een"conceptie" gerijpt is. Maar tussen de trouwhartige uitvoerig heid van Saenredam en de ydele kleurigheid van een Wornoerman, Wynants of v. d. Does, is heel het verschi van wel of niet te zijn, van kunst en kunert- stuk De geboorte der bravoer onderscheidt de Renaissance van de Gothick. Maar veel killer, veel naargeestiger dan de somo bandelooze zwierlust van een Verouese of Rubens, die dan toch altijd op geniale wijze praveerden, is de stickene, kwasi bescheidene en verpieterd brave travour Kunst onzer Hollanders. Want deze is een niting van ourgerlijke levensverdorring. Romeyn, veeschilder, cienale Klomp, sluit sich aan bij Potter, A. v. d. Velde, Wouwerinan; maar ál veel minder is zijn werk. En steeds minder wordt dese kunest tot aan de onnitsprekelijk 25 heden van een de Heusch of v.d. Does. Er sijn bekende namen te noemen: v. Berchem is een verweekte epigoon v.d. weeken Wouwerman, Both een pompenze v. 1622-'73 v. Berchem, Pijnacker een verkilde Both, 1610-152 Rogman een Theatrale Pijnacker, Asselijn, Schilder van Romeinse bouwvallen eu spelonken, waar het geboefte huist.- Zijn leerling Fr. Moncheron siet Italië als een opera décor.- Lingelbach: gekleurde poppetjes in kleurloze schijn-landschap- pen.- Saft leven: pastelachtige sachtheden. Wanneer men eenigen tijd vertoefd heeft in deze s’feer onzer Italianisten(het Rijks- mus. bewaart er al eenige honderden van en men komt dan voor Hackaert's "Esschenlaan, dan voelt men even een herademing. Hier is even iets gegeven van wat de Italianisten in wezen zochten. sulk een wêk is heel gering; het is mat, het is klein en duf, maar vagelijk had Hackaert toch besef v.d. Klasvieke schoon heid.- Maar in zijn, Trasimeensche meer verkimstelt de gratie weer tot het kokette verdwijnt de stille breedheid weer tot saaheid. 10.3.44 III Vermeer v. Delft en enkele verwanten. 75 1632 Men kon Vermees de volmaking noemen van Saeuredam. In den laatste was de waarneming verdiept tot aanschouwing; maar 26 zijn geluk en zijn wijsteid bleven een kooster- achtige. zijn levenssteer was zuiver, doch zonder ruinte, zonder ademing.- De schale strafheid der 16e cennesche realisten is in Sacuredams kunst tot psychische schoontreid ge- subtimeerd.— Ita hem had men leren „schilderen“(Cuyp!) Men leerde het rijke zinnenleven genieten, rechtsstreeks of in den droom. Vermeer vond hat spiritueele levens-besef terug, na den zinnenlust der realisten in zich opgenomen te hebben.- Het gevoel voor de materieele kleur en voor de materieele vorm, de schoontreid die Cuyp kende en die Potter socht, heeft hij niet getemperd, doch verheftigd. Een romanticus en steumnings-poeët is Vermeer nooit geweest. Hij wilde niet sub- jectiet droomen en de wereld als droom- beeld genieten. Hij was objectief, op de wijze der realisten. En alles, wat hij zag en ondervond, veredelde zich onder de liefde. magische kracht zijner schouwende grote Zij, die Italianiseerden, volgden dit worbeeld na om hun burgerlijkheid te overwinnen. Maar Vermeer was groot oudat hy de moed had provinciaal realist te blyven. Het licht van Vermeers schilderijen is anders dan het romantische licht, het lichteffect, het mystérieuse donker bij de anderen. Het ligt gelijkelijk ver 1629- 183 1617 1921 27 spreid over heel de visie. Het is haast sonder tegen- stellingen, maar het straalt. Dit dicht schijnt niet op de dingen neer, doch glaust met sachte heldertreid uit de dingen op. De veelheid der dingen heeft zich daardoor als vanzelf tot centreid gekristalliseerd. Vermeer leefde in een tijd van materieel positivisme: wie sich hieraan ontfrok moest eenselvig dromen. De romantiek is aan Vermeer geheel voorbij gegaan; het pictu- raal realisme heeft hij tot een geestelijk doorschouwen der werkelijkheid verdiept. Wel eens scheen de Hoogh hem te naderen en tot zijn steer van stil geluk door te dringen De Hoogh had soms die geestelijke teeder- heid. Toch is hij burgerlijker gebleven, kleiner en ook materieeler van levens- steer. Het beste wat Vermeer en soms de Hoogh gat is met dezen verloren gegaan. Kunst- historisch ligt het belang van Vermeers kunst grotendeels daarin, dat hij de tra- ditie der studieuse waarneming opnieuw. gezagrol deed zijn: op deze traditie bleet de kunst, in haar vervaltijd steunen. De Kimstwerken uit de tijd der decadentie, die van eenige waarde bleven, waren werken van de meest preciese realiteits8Audie. In deze Lijn is te noemen Berckheyde en v. d. Heyden, beiden steden-portrettisten. Veelen waren nog te noemen: Em. de Witte, de Kerkschilder was ein der orgineelsten. 28 Daarna komen onvermijdelijk de nijvere, orbeduidendheden. Pas de vertegewoordigers der Romantiek brachten toen gonienn hartstocht, droom, levens-voltheid,- in Frankrijk althans. Ten onsent stuimert het geestesleven voort. tot Bosboom zich moeisaam bevrijdde en het derde tijdperk der Holl. kunst inleiddete Monumentalen. De in I Rembrandt en sijn verhouding tot Seghers en Koninck. De monumentalen, dat zijn zij, die de algemeene tendenties van een kunsttijdperk samematten. Het zijn de voltaviers de klassieken. Het zijn zij, die den groten, representatieren stijt aangeven. In stijtvolle te Stijl betekent beheersing. In stijwolle tijden blijven de edelsten en mit zonderlijkesten sich gemeenschapsver- tegenwoordigers voelen.- Zulk een tijd is voor om de 17e eeuw geweest. Maar er was strijd, ook binnen de ommuring van ons nationale leven. En de hoogste geestren, een Rembrandt, ein Spinora, konden sich geestelijk reeds ballingen voelen. Drie van onze landschapschilders waren boven alle provintialisme uit: Seghers, Reinrandt en Ruysdael. 1606-’69 1606 38 29 Seghers moeten wij ons herinneren, als wij van Rembrandt den landschapschilder spreken. Zij hunkerden beiden naar de mateloze verten v. d. droom en schiepen de realiteit om tot gemoeds-openbaring. Ook Rembrandt was een eenzame, teeder en geweldig. Hij kende Seghers werk goed en nam veel sijner motieven over. In Seghers herkenneu we nog de meer Spiritueele levens aanwöhnig, die Dürer van de Gothiekers erfde; bij Rembrandt breekt het zinnelijk natuur-gevoel, het broeiend aandoemingslev en, stroomend door. zijn uitbeelding is materieeler. De scherp-getekende sijn heeft zich opgelost in een neveling van tinten, tonen, lichtmysteries, te woelt een swaar en donker pathos in zijn landschappen; beschoornd nog in zijn jeugdwerken, maar dan steeds machtiger zu voller sich uitstortend, tot hij zijn visies ophoniot in geweldige massa's van duisternis en licht. Hij was de belijder des levens: Het leven van't hart, het woelende, omartelijke, triomteeren de leven. Brouwer bewonderde hem soms in zijn tragische, zijn werste Landschapsetsen. Maar Brouwer was so koninklijk niet. Hij was alleen een bevangene, die alleen de Krampachtige hunkering naar het ge- luk heeft gekend. Met Rembrandt is stechts een enkele 30 88 te noemen: Philips Koninck, zijn leer1619 ling, de te schilder der panorama's. ze staan in andere steer, deze landschappen. Ze zijn niet dramatisch, maar rustig, contemplatier. Koninckwas een eeneijdige, maar het gewel voor weidschheid was nog suiver Rembrandtiek Het is Rembrandt in de steer van v. Goyen; zachmoediger dan Rembr. is try, maar v. Goyen miste dat gevoel voor het vaste raythme, voor de brede monumentalitei? Van Koninck. 11.3.144 Ruysdael en Hofspema, samenvatters II uitstek. hij 1602--70 De oude Salomon v. Ruysdael gat het schema aan voor hen die den stijt der oud-Holl. landschapkunst het volkomenst hebben uitgedrukt.- Een groot bouwer van land- schappen was hij. Door het weloverwogen evennricht der plans en de massale licht- en-donker tegenstellingen wist hij de meest ingewikkelde veelneden saamte vatten in statige comporities. Van't rijke Hollandsche land gat hij een beeld; het representative beeld van Hollands stille watervlakten, zware boongroepen, grandiose velden. En over heel die streuge wereld heen welft de Koelblouwe hemel, waarin blanke wolken statig pralen. 162 182 31 Dit werk mist wel de warnte; er gaat geen ademing door't Landschap.- Hij had de schone motieven, die door zijn neef en leerling Jacob v. Ruisdael tof leven gewekt werden. De geniale jonge schilder moet voor dien onderen voorganger een volstrekte cerbied hebben gehad. Hij sal in dien meester de strenge sobere karakterkracht pewonderd hebben. We weten uit zijn vele tekeningen en etsen, hoe Jacob v. Ruisdael nauwgezet heeft gewerkt. Ruisdaels schetsen verråden hem ge- heel. Als hij natuurt ragmenten tekende, hoe groot wist hij dan het kleine te zien! Waar hij echter liefelijk wil doen, begint hij verward banaliteiten te stamelen.— Het zou zijn taak zijn beide elementen te verenigen: groot te zijn in het geijkte, groot door de trdditie zelfstandig te door leven, groot door de schoonheid, die zich in het"plaatje" cen zoete karikatuur schiep, recht te doen.- Hij verwezenlijkte de eenvoudige, kinder- lijke dromen van verhevenheid, die de realisten en ook de vertijnde stemmings- schilders niet recht aandurfden, nit vrees te vleien en die de Italianisten mit in hun sucht naar vleierij voorbij had- den gestreefd. Groot was Ruisdael solang hij in het traditioneele oprecht bleef. Maar hij heeft als tekenaar en nog veel meer als schilder, 32 prachtige„lengens" gezegd: een storm-see met worstelende scheepjes en een zinkend wrak enz.— zij hetoben wel een prachtig effect maar een lelijk ziels-feit! Opera- moois! Dit alles mogen we van hem zeggen omdat wij hem ook 20 waarderen. Ruisdael kende de natuur. Een vereen- zaamde was nij, een swijger. Hoe heeft hij het verhevene gekend! Hij kende het in zijn trieste, verlaten wintergezichten, zijn kerkhof verbeeldingen.— Over enkele Ruisdael achtigen enkels woorden: Schaeff, wat week van Kleur had een ruini compositie gevoel. Veelzijdiger was v.d. Hagen, die in zijn bosgezichten Ruisdael dicht naderde. Het bosgezicht van v. Kessel(Rüksmus.) blijft toch een ernstig en doorvoeld werk, al zocht hij anders vaak grove effecten. 1/5 Van Everdingen, in de schilde v. h. Zweedre 1621 landschap is't meest van allen door Ruisd. beiwloed en toch de grootste figuur. Er waren veelen, waarvan ik alleen nog 1638- 1709 Hobbema wit noemen. Hij staat voor ons als de positivist. Om niet in de weeke sentimentaliteit te vervallen, nedt zich de kunst ook hier door sterke waarneming der realiteit. Stennend op de traditie v. zijn voorgangers wist hij dien werkelijkheidszin te verenigen 33 met een sterk synthetisch stijlbewust zijn. 20 was Hotsbeina voorbestemd een zuiver beeld te scheppen van Holland. Maam gest. geb. Bla. Pieter Aentsa A 1576 1507 Arentsz. 12 V. Asch. 25 Asseleyn 1652 1610 Ee an 1634 Bakhuysen 21 Beerstraten 23. v. Berchem. 1620 1683 27 Berckheyde Bouts 1410 1475 14 Du Bois 23 Goth 1618 1652 29 Brouwer Bondeel Paul Brit Jan Breughel 1568 1625 Breenbergh 10 v.d. Cappelle 22 A. Cuyp 1620 1691 G. David -1460 1523 15 v. Diert 24 v. d. Does 15 Dubbels. A. Elsheimer, 1578 1610 32 v. Everdingen 1675 1621 J v. Eyck, 1390 1441 Blz Naam 4 Geertgen tot St. Jans 4 Hugo v.d. Goes. v. Goyen 12 Govaerts 7 v.d. Hagen 32 v. d. Heyden 25 de Heusch. Hackaert 25 Henry-met-de-Bles M. Hotsberna. 32 P. de Hoogh. 27 v. Kessel 32 24 Klomp Knitsbergen 15 30 Ph. Koninck. P. Lastman L. v. Leyden 25 Eingelbach. Mirou Mic. Moeyaert Fr. Moucheron 25 16 P. Mulier(Molijn) 13 v. d. Teer Potter 20 25 Pynacker J. Patinir. v. Poelenburg Pynas. Rembrandt. 29. 25 Rogman. 24 Romeyn. geb. 1460 1596 1037 W 1530 1638 1629 1619 1583 1494 1595 1603 1625 1622 w. 1515 1606 gert. 1490 1482 1656 1712 1560 1709 1683 1688 1633 1533 1616 1677 1654 1073 1524 1669 34 H i Bl2 30 31 25 19 15 6 32 16 23 25 12 12 12 15 23 27. 6 4. Maam S. v. Ruysdael J. v. Ruisdael. Gattleven Saenredam Sorgh R. Savery H. Seghers J. v. Sconel. Schaeff. W. v.d Velde de J. A. v. d. Velde J. Vermeer, verstraelen Es v. d. Velde A. v. d. Verme S. de Vlieger Ph. Wouwerman Em. de Witte Wittenbroeck. A. Willaerts R. v.d. Weyden gest. geb. 1602 1670 1628 1682 1665 1597 1576 1639 t 1590 1638 1495 1562 1633 1707 1636 1672 1632 1675 1590 1630 1589 1662 1619 1668 1617 1692 1590- 1648 1400- 1464 . w 35 36 37 De Hollandsche Schilderkunst in de ceux De deel: Rembrandt en sijn tijd Prof. Dr. W. Martin 20.III.'44 Inleidend Hoofdstuk. Omstreeks 1635 is de blocitijd v. d. Holl. Schilder- kunst aangebroken met als kenmerk de toon-schitdering(grijs, zilver wit warm) brum en gedempt geel, somme wat grijzig paars, getemperd groen of matblauw) en het licht. De omtrekken hebben dan hun scherpte ver- toren, en er is een doorschijnende en tuchti- ge toets ontstaan, die meer de licht-contras- ten uitdrukt dan de tegenstelling der kteuren De toonwaarden krijgen meer en meer het wicht:(Portret: Fr. Hals, De Keyser, Rembrandt, Landschap: v. Goyen en S. Ruysdael; zestrik: S. de Vlieger; Stilleven: P Claesz en Heda, genrestuk: Dirck Hals, J. Mieux Molenaer, Adriaen v. Ostade en hun kring.) Slechts 1 in het architectuurstuk, de bloemschilders, de academisten en de flammganten heersen de tekening en de sterke kteur voareerst nog over de schilderachtigheid. Op deze visie der Holl. Kunstenaars berustten voor een goed deel de opvattingen van Rembrandt in zijn jonge jaren. De grijs-bruine manier der toonschilders was een reactie op de bont gekleurde teekenaditig heid v. d. overgangstijd. Haar doel was, het -38 koloriet ondergeschikt te maken aan den toon.- Maar bij onze realisten waren even- wel koloristische verlangens blijven bestaan. zij rochten binnen de formule der toon-en- tichtschildering naar opwelckende Frische ktenz; waarschijnlijk is hier de invtoed van de Utrechtsche en Haarlemse academisten eu v. Lastman merkbaar. De jonge realisten wier kunst Füssen 1625- 30 rijpte namen de coloristische elementen gretig over omdat dit 20 veel meer mogelijkheden bood dan de grijs-bruin-schildering, Rem- brandt, die Lastmans ceerling was is hiervoor een tydtang heel toegantelijk geweest.-De toorschilders onder de realisten wijzigden de Kleur naar hun eigen op- vattingen. Bij hen mocht noch kon zij bont en toel blijven, zij werd warm en door- schijnend en bleef begeleid door zilverig- et gulden licht en het warme bruin, Aldus tiet al. t 1630 à 35 de toon. en-licht- schildering een combinatie toe met een warm koloriet. Warm rood vervangt het matte paars.(Fr Hals, Th. de Keyser en de Haarlemse genreschilder uit die jaren.) Na 1634 neemt dit warme rood voorgoed een belangrijke plaats in op Rembrandt's pakt. Het geel en blauw v. d. Utrecht. se academisten werd diep en door sichtend en rijk schijnend by onze realisten.- Remprandt was de voornaameste stuwende kracht in de wartgang van deze ontwikkehny. 39 het eerst Door hem ook werdt opnieuw het probteeni v. d. ticht-doukerschildering gesteld, en hij had dit peopleem+ 1631 tot een optossing gebracht zo was? 1635 onze schilderkunst tot een ticht-en-toon-schitdering geworden, die zocht naar een warm kolorjet en waarin bovendien een sterke ontwikkeling v. h. clair-obscur viel waar te nemen. Het teken achtige moest meer en meer het veld ruimen voor de eisen der schilderachtigheid. Door deze ontwikkeling kon voor de plastick der vormen niet meer de volle belangstel- ling blijven bestaan welke voor de hand tigft bij een van de omtrekken uitgaande schilderkunst.- Deze mindere belangstel- ling voor tineaire plastiek kan een van de oorsaken zijn geweest v.h. Stranden der barakke vorinen in Holland, maar met sekerheid is dit niet vast te stellen. Daarentegen staat vast, dat de toon-eu ticht schildering heeft geleid tot een techniek, die de omtrekken stechts aanduidt de materie niet uitdrukt en stoch zelfs de kleur niet strikt behoeft. Dit verschijnsel doet zich in onze bloci- tijd in derschittende centra voor. Het is in technisch opzicht analoog aan het 19e encore impressionisme. Voorto: Leo- nard Bramer(1596-1674) en Benjamin Cuyp(1612-1692). Ook J. v. Goyen en 40 Remprandt huldigen deze technick in tal van werken. Rembr. evenwel verwaarloosde nooit het plastische en selden de kleur, hoe breed hij ook macht. schilderen. In flagrante tegenstelling tot dit impressionisme staat als ander uiterste het streven naar stofnildrukking. Een vol- maakte weergave v. h. stottelijke is het ideadt van vele portret, stilleven, genre- en dier- schilders, ook in de 17e eeuw. Voor 1635 was hier in dit opsicht nog niet veel bereikt: Torrentius, Heda, P. Claesz, Elias, De Keyser, Mierevelt soms en Rembrandt af en toe maken een uitsondering Na dien tijd wordt er in het weergeven der materie het onge- Totelijke bereikt: stilleven: kalf; genre: De Hach, Metsn, v. Mieris, terborch en Maes, dierschit- ders: A. v. d. Velde, Wouwermans, M. d'Houde- coeter. – Onnodig er op te wijzen, dat deze techniek, overrijs geworden, het verval der Kunst moet verhaasten, Adriaen v. d. Werff's porseleinachtige manier is hier van het meest sprekende voorbeeld De invtoed van 1st Utaamse en Italiaanse Barok op onze grote 17e eenige schilders was niet groot, zij besefden weldra dat zij de eigenschappen misten om ooit goed een awierige beweging te kunnen schitderen. Ook groeide hei besef, dat de intimiteit van hun schilderachtig réaliome niet te oertreffen viel. Van het ogenblik waarop 41 onse kunst deze opvatting is gaan verdedi- gen, dateert haar grootheid, Haar verval be- gen waar zij de vreemde varmen critiek- loos binnenhaalde. Het spreekt vanzelf, dat de schilders van historiën, Rembrandt incluis, meede den aan de gewoonte, het schokkende en hevig bewogene tot onderwerp te kiezen. In zoverre was onze heele toenmalige beschaving door trokken van den barok. Ook de letteren en het toneel getuigen hiervan. Maar in onze schit derkunst nam men niet met den inhoud de vorm over, behalve de historieschilders. Rbrandt die trachtle tot een Hollandseu barck te komen, staagde er niet in. Behalve door de academisten wordt de barokke vorm hier bestist afgewezen in onze bloei- tijd. Vogral Haarlem Heef hierin geheel Holland de macht van Fr. Hals die voor den Barok nooit toegankelijk is geweest was er zeer groot, en verzwakte er makkelijk het exotische. In A'dam was er wel degelijk emplooi voor bijbelschildering, waarvoor het barok de aangewezen vorm was. Hij heeft er even- wel stechts ingang gevonden in de Holl. vorm, die Rembr. er aan gat en waar- in slechts voor een klein deel internationale reminescenties vallen op te merken zo was dan, voorzoverre het onze grote schilders v.d. bleitijd betreft de buiten landsche stijllform afgestuit op Holläudse opattingen. 42 70 itijd(Reinbrandt en zijn tijd) 1635 De (AFdeeling C v. h. complete werk) Eerste Hoofdstuk(Σ v. h. complete werk) Rembrandt Harmeuse. v. Rijn Geb. 1606 te Leiden Lateinsche school; 1620 in- geschreven als Student in de letteren a.d. nogeschod te Leiden. In het altsum studioso- rum heet bij„Reinbrandt Hermanni Leydensis". De beginleters v. deze woorden gebruikt hij later in zijn Leidense tijd, om zijn werk te signercu. kwam in huis bij een"braef" Leidsch schilder: Jacob Isaacsz. v. Swanenburgt, waar hij- 3 jaar de"Pundamenten" ende beginselen" v. d. Schilderkunst leerde. Vervolgens nog een half jaar in de leer bij Pieter Lastman, den toennaals beroemden A'damsen historieschilder, waar na bij zich+ 1625 zelfstandig te Leiden vestigde. Omstreeks het midden van 1631 vertrok hij naar A'dam. Hij bleef er tot zijn dood. Met uitzondering van enkele kleine uitstapjes naar Friesland, Leiden en den Haag, schijnt hij A'dam novit verlaten te hebben. Getrouwd met Saskia v. Uylenburg in 1634. Hij verdiende toen veel met portretten en veel berlingen,- Titus, zijn eenigste kind dat met al jong stierf, geb 1641. Saskia over- leed 1642, in het jaar waarin Rembrandt de nachtwacht voltooide. 43 Na haar dood trok hij zich meer en meer te rug. Toen ontstonden zijn landschapsteke ningen en etsen.- Met de Nachtwacht had hij geen succes bij de opdrachtge- vers. ten conflikt met Burgemeester A. de Graeff over een portret, schadde ook zijn gezochtheid als portretschilder, hoewel hij vooreerst nog tal van beeltenissen te schilderen had. Reeds in 1639 had hij het als„Rembrandt- huis" bekende pand te A'dam gekocht, maar kwam er door in de schuld. Ook had hij veel last en onkosten door Geertje Dircx een huishoudoter die zennopatiente was. In 1649 verschijnt Hendriekje Stoffels in R's huis. Hij is nooit met haar getrouwd (misschien omdat hij anders het vruchtgebruik v. Saskia's veringen zou hetsten gemist.) zij schonk heur eenige kinderen, ook dezen stierven allen zeer jong met nitzondering v. een dochter Cornelia. Steeds minder opdrachten en leerlingen kreeg hij, hij vond"gelijkenis" van portretten niet meer belangrijk en zijn stijl was heel anders dan de alg. mode-stijl. Nu kregen zijn leerlingen Bol en v. d. Helst een grote populariteit.-Hy verzamelde veel Kunstschatten en zijn eigen eben ordende hij na het onderwerp. In 1656 kwam het Fallissement. In 1658 vertruisde hij naar eeu woning aan de Rosengracht. Hoewel niet al zijn kunst schatten verkocht zijn en er later nos weer allerki bijgekomen is, bleef den kunstenaar toch weinig over. Niettegenstaande deze grote slag is R. in die jaren toch seer productief geweest. Tod aan zijn dood is R. naar het schijnt insolvent gebleven. Ten einde neur tegen schuldeisers te beschermen, begonnen Titus en Hendriekje in 1660 een Kunsthandel. Maar de rampen waren voor hem nog niet ten einde. terst stierf Hendrick stierf. en in 1668 Titus. Pas een jaar later hy haast geheel verlaten. Rembrandt als portretschilder vergeleken bij Frans Hals. Fr. Hals is meer typen- dan karakterschilder. Hij dringt nooit door tot het diepste v.h. wezen v. zijn"modellen. Bovendien kan hij zijn„sitters moeitijk anders zien dan vrolijk en bewegelij Bij Rembrandts portretten ontbreekt dese opgewektheid vrijwel stæds. Verreweg de meeste v. zijn portretten zijn geestelijke probtemen; Rembr. legt, gelijk Hals iets van zijn eigen gemoodstoestand in wat hij schildert. Toch leven de portretten v. R. meer, omdt hij se dramatiseert. Verder is R. altijd wat zwaar, Hals schildert lüchtig en not. Hals geeft het door schijnende lichte R. benadert zijn doel door tegenstel- ling van licht en douker. R. is steeds 45. plastisch in zijn voun en vergeet nooit de dieptewerking, Dit is voor hem een der punten waar het op aan kont terwijl Hals het als bij komstigheid beschouwt. Hals en R. zoeken- behalve in hun vroege werk- de stof uitdrukking stechts zelden in de eerste plaats. Dit deden Mierevelt en zijn school en nadien v.d. Hebt met zijn aanhang. Aan Hals is dit streven (getuige de stilleveur op zijn schutters- stukken) iets minder vreemd dan aan Rembrandt. Hij heeft maar in weinige gevallen naar het weergeven der materie gestreefd, hij legde zich meer toe op het wezenlijke, het Karakter der dingen en hun verschijning in het licht. V.W. oog geeft hij niet vals Miereffeld eue, de Bubstantie, maar de flikkering in den blik. Rembr. is de eerste schilder die, veelal bre- kend met geijkte voorstellingen, de Bijbel in protestantsen geert heeft vertolkt. His werkte met voor de kerk, of eenigerlei anders doel van religieuse vereering, doch zuiver en alleen om den beschouwer het ver- haal in zijn blijbelse betekenis voor den geest te roepen. Doordien hij schopt voor den beschouwer, die de H. Schrift niet zozer da bemiddeling v. d. Kerk kent als wel door egen lectuur, kan hij op den Bijbel-zelf teruggaan. Dit is een essentieel verschil 24/ 46 tussen de Hollandse bijbelschildering en die der Halianen en Vlamingen. Weinig mythologische onderwerpen van Reinbrandt. Meestal vóór 1636. Het mooiste wel: Danac"Le Leningrad" Als naaktschilder zocht hij noott het zinne- lijke. Hij tekende veel naar model. Wij vergelijken nu Rembr. als bijbel eu 1577-1640 historieschilder met Rubens. Rembr. heeft in zijn historieschildering Rubens bestudeerd en werd selfs een tijd lang door diens barokke vormen ge- inspireerd. Maar er is een kardinaal verschit tussen beiden. Terwijl Rubens kunst nit de grote vormen v. d. monumentaler barck voort komt en een bestaanden inter- nationalen vorm verstaanst, ontspruit die van Rembr. uit het huiselijke Kleinformaat en uit een réalisme, dat slechts in zijn leer- tijd bij Swanenburch en Lastman, aanraking had gekend met een niet monn- mentaal itatianisme- in-'t klein dat in den stijl allesbehalle barok was. Rembr. moest dus een eigen dramatischen Stijl scheppen en kon daartoij van Rubens weliswaar lezen op het print van compo- sitie en gebaar, maar verder niet. Rembr. Kleur was daarentegen geheel anders dan die van Rubens en ook de decoratieve grote zwier was hem vreemd. Hij sleef dus geheel zichzelf zu Italianiseerde niet zoals velen van zijn tijdgenoten. Rembr. heeft haast nooit geure-tafereeten geschilderd, wel geëtst of getekend. Ook tandschappen schilderde hij maar weinig en dan ook niet naar de natuur, Wel heeft nij veel landschappen geétst en getekend. Hij tekende veel dingen en mens en uit zijn omgeving. Composities van Bijbelse voor- stellingen tekende hij vaak ook eerst. zijn tekentechnick richtte zich geheel haar het onderwerp. Veel schetste hij ook op de koperen plaat, daardoor zijn er veel Frise etojes v. heim bewaard. Werk v. Rembrandt kan men vinden Etsen:'s Rijks Prentenkab, Teyler's Stichting Mus. Boymans, Rembrandthuis, Leids Prentenkab. Tekeningen: Amsterdam, Rotterdam, Teyler's Stichting, Bredius-Museum, Reni- bandthuis en Mus. te Groningen. Schitderijen verspreidt, in en buiten Europa. Samervatting Rembr. ontwikkeling; 4 perioden: Rempr. studiert tot t 1631(Simcon d. tempel) 20 strijdt van 1632(Antatomische- les)-1642(Nachtwacht) met het barok. 3° Wit welken strijd hij als een triomphator. met een geheel eigen, grootschen stijt te voor schijn treedt(R.'s broeder), Mauritshuis 1650) Dien hij oudanks tegenspoeden op- 16/4.44 144 20/5. voert tot de hoogte v.d. Staalmeesters 1662) en het Joodse Bruidje. Tweede hoofdstuk(XI): Portret-en-historieschilders uit Rembrandt's school. Rembrandt was niet de leider van een nationale schildersrichting 20 als Ruheus in België. Toch was eijn invloed groot op het gebied der Ucht-donker werking, compo- sitie e.d. Die Kunst des Barock in Italien, Frank- reich, Deutschland und Spanien von Werner Weisbach. Propyläen-Kunstgeschichte; XI Teil 1924 Algemene opmerkingen. Barok afgeleid van’t Spaanse parrucca= scheef-ronde parcl. Al in de 18e cenio nacuit men die kunst nitingen"barok", die in tegenstelling met het eenvoudige, klassische, druk, bewogen on met veel krullen zijn. Men gebruikt deze uitdrukking in atkeurenden zin ook aan het einde v.d. 18c eenig voor die kunst, die volgt op de Renaissance en aan het heersende Klassicisme vooratging. In de de 19e cento begon meu de Kunstuitingen, die op de Renaissance volgden en geheel tegengesteld waren aan het Klassicisme u barok te noemen. De verschillende landen nemen het in barok, dat uit Italië tot hen komt op verschillende wijze op.- Ook in Halië zelf Kan men onmiddellijk twee rich tingen onderscheiden: de typisch baroke en de Klassische, die zich ook soms verenigen.- De baroke vormen hebben zich uit de Renaissance ontwikkeld, gebruikt haar vormen verder en verandert se, als dit voor haar noodsake- lijk is. Tussen Renaissance en Barok bestaat de breuk niet, die tussen Gotiek en Renaiss. bestaat. Er ontstaan niet veel nieuwe Baroke vorman(behalve „Bollwerk eu. Kartuschenornamentik) Tussen de Baroke- vooruitstrevende en de klavrische- conservatief richting is er een voortdurende strijd waarbij het Barok de sterkere blijft tot in de 18c cenn de Klavrische richting het al doodgelopen Barok overvleugelt en als"Klavocisme" zegeviert. De diverse landen hetoben op verschit- lende wijzen de weg afgelegd over het Barok naar het nieuw klarriciome. Frankrijk was vooral sinds de overname v. d. Renaissance een centrum vor klascisme en de door Lodewijk XIV op- gerichte Akademie was er& middel- punt van. Maar ook Frankrijk heeft een soort van Barok meegemaakt. Het Rokoko in Frankrijk komt ook voort mit het Barok maar in Frauen zin toegepast. Maar ook dese periode duurde niet lang en werd door 2 de Lodewijk XVI Stijl afgelost. In Duitsland is er voor de 30-jarige oortog nog geen rechte Lijn van Barok te zien. Daarvoor is er nog lang de invloed van de Gotiek te zien. En hier gaat de Baroke richting ook spoedig over in een Hokoko, entrekt de uiterste Konsequenties uit de opgerolde pro- kleinen, ein gebeurtenis die men duidelijk in de 2.- Duitse Kerken kan, waarnemen, terwijl het Klavoicisme pas door kan dringen na een hevige strijd met deze stijl en na verlamming v. d. tegenreformatie v.h. Kato- licisme. Het Barok word De bs bestemming. van de Barok-kunst was vooral ver- Fraaiing van Kerken tot steun v. de tegenreformatie en van het Absolutis me. v. Langzamerhand zijn de twee doelen samen gesmolten en dringt er ook een hoots ellement(vooral afkomstig nit Frankrijk) der de Kerkelijke Kunst binnen. Enkele symptomeu v.d. stijl: De grote Anmetingen komen voort uit de opgave van Kerkdecoraties en het streven v. d tegenreformatie om de Kerken indrukwekkender en grootser te maken. Het Barok ziet alles in zyn geheel. Alles wardt in verband gezien met de omgeving; 20 worden de tuinen aangelegd in overeenstemming met het gebouw, een heel plein in over- censtemming met de omliggende gebouwen. 3e Subordinatie principe. Alles gaat van één middelpunt uit. Dagboek Vrijdag 23.II. 45. Gisteren werd ik 23 jaar en de nacht vóór en na mijn verjaardag denk ik meest- al over mijn leven en wat ik er aan zou kunnen veranderen. Al zeker 14 dagen dacht ik er over om weer eens met een dagboek te beginnen, maar besluit nam ik pas rannacht. Het is goed om later weer van deze Caatote maanden voör de bevrijding rei alles te kunnen lezen. En ook zal dit al degenen, die ons leven nu vanuit het buitland gadeslaan wel belang wekkend zijn om een verslag over ons leven hier, te lesen. Gisteren was ikjarig en omdat ik de jongste hier in huis beu, werd't een geweldig feest.- Dinsdagavond heeft Leentje me met veel moeite hier vandaan geloodst om tot Woensdagavond bij hen te blijven. Ik wou eigentijk met mee, gewoon omdat il al "beschimmelt" was, volgens Leentje maar ikzelf denk altijd, dat ze me hier niet kunnen missen met al de voorbereidselen voor een feest. Eindelijk ben ik dan tock besloten om mee te gaan, als ik tenminste de » Koekjes bij hun macht bakken. Die eene dag vacantie deed me ge- met weldig veel goeds. Leentje haalde me haar liefste Cach hier af. Behalve de lakens, die je tegenwoordig overal waar logeert, moet meenemen, had ik een pan me beslag mee(tulpenbollen door de vleesmolen met tarwe, Kruiden en ui) en 8 dunne boterhammen, mijn proodrandsoen voor twee dagen(dit voor het nagestacht!) Bij de Thommen mocht ik écht in bad, een welde, die nog maar enkele mensen hier kennen; en echt in de tuin zitten met de zou pal op je gezicht. Je werd echt weer een mens en de gedachte aan de vrijheid en vrede liet me niet meer los. Gisteren Kwamen Thom, Leentje, Manni, en Riekje de verjaardag hier vieren en ook Ina Wolff kwam uit Amsterdam. Vader herademde gewoon, omdat ik 20 n goeie bui had, dat vertelde Moeder me. Ja,'t is zeker ondragelyk voor de mensen, met wat voor'n norsch gezicht ik stelds rond Coop. Vaak denk ik, dat ik + niet meer zelf ben, die 20 Celijk tegen de gemeenschap doet en steeds van die hatelijke gedachten heeft. Dan weer troost ik me er mee, dat de omstandigheden m 20 maken en dat ik later weer anders zal worden. Maar ook zijn er tijden, dat ik denk, dat ik ook voor't schuilen 20 was, want anders denk maar hoe afschuwe- lijk ik Floris heb behandeld toen ik hem pas kende. Saterdag. 24. II. Vandaag was't weer echt een wedsthijd met de tijd. Ik wit altijd 20 graag een mirtje per dag voor mezelf redden. Daarvoor begon ik vandaag al om half 8 in de Kenken en nu om drie uur ben ik 20 ver om wat te lesen. In een paignoir van moeder en de voetenzak van vader, zit ik op mijn kamer- 4 Is weer 20 kond geworden; alleen de 6 toemen van m'n verpaardag herinneren, er nog aan dat’t voorjaar wordt. Ik moet ineens denken aan een avond, zowat tien dagen geleden. Toen ging ik naar Leentje om de conneulijst te halen.'t Was nog een beet- je schemer en een heerlijk zachte Cucht. Als ik opkeek kon ik al kleine knoppen aan de takken zien. Ik huppelde en song en liep 20 rechtop als I maar kon en was echt so blij omdat't de eerste zachte avond was. Ineens kwam een juffrouw achter me aan en vroeg, of ik ook wist, hoe laat't was. We kwamen een beetje in gesprek; zij had kennelijk ook’t voorjaar in haar hoofd en rocht een beetje aan. spraak. We liepen samen een heel end en toen we uit elkaar moesten gaan vond ze dat echt jammer.— Dit kleine gesprekje was een heele sensatie voor me. Tueens was ik weer een meus onder mensen, dat ben it toch al siuds haast drie jaar niet geweest. Zij wist niet, dat ik een verstoppelingetje ben; de eerste mens sinds ik in Augustus 42 van huis ging. die dat niet wist terwijl hij met me sprak. Ik hab wel er gestotterd en wist niet goed, waar ik over moest praten, maar je werd er 20 blij om. waar Laatst zei Floris me, dat hij ineens wist Vader om mijnheer Moltzer ein misschien ook socialisten zijn. Hij denkt, dat dat uit een soort van schuldbewust zijn voort komt. Dat son ik me heel goed in kunnen den- ken. Fbris kan de dingen vaak 20 precies jnist seggen, hoewel dit gezegde wel erg scherp son klinken in de oren van mensen als Vader en mr. Molteer. Maar in mijn eigen gedachtegang schult ook al 20 Tets: altijd heb ik st idee, dat ik Corry moet verdedigen tegenover anderen, omdat ik’t idee heb dat die anderen haar als mindere beschouwen. Ik ben zelfs hang voor haar critiek en praat vaak met haar mee alleen... uit Angst om te Cateimerken, dat ik me toch van een andere stand voel.- Dwaas ingewikkeld is een mens toch, je weet self niet, wat je echte gevoelens zijn. Zondag 25. II. 't Is net of ik vlucht naar mijn nieuwe dag boek, voor al de narigheid in huis en ook voor mezelf, die waarschijnlijk veel schuld heeft aan die nare stemming. Hoe kan ik nu toch zulke celijke gevoelens jegens Floris hebben, die me toch drie jaar lang alleen goeds gegeven heeft. De laatste dagen denk- ik wel, dat mijn liefde, die niet meer beant- woord werd, is omgeslagen in haat en ve- nijn. Hoe is dat toch mogelijk? Steeds wil ik mezelf verbeteren en maak toch alles steeds maar erger. Nu wil Floris trachten, hier weg te komen en als hem dat lukt zullen we- allebei wel opgelucht sijn. Hij gaat zeker om mij weg want ik maak’t hem ondrage- lijk hier.— Toch is Floris self ook een stuk ver- anderd en vooral de laatste twee maanden, sinds hij weer een baard draagt. 20h baard moet toch ook een oorzaak hetsben, ik bedoel er moet toch een diepere reden dan alleen gemakzucht in een man sitten om 20'n baard te laten staan.’t Is alsof Floris zelf bewuster ein Kamer binnenkomt, alsof hij sich hantanier voelt dan vroeger. Ove- rigens geeft het, hem ein grimmig vorkomen, die witte tanden en rode Cippen er bij. Als ik in m'n dagboek schrijf is't of ik aan een beppald iemand, heel ver weg, schrijf. soms heeft die iemand de naam van Carb maar zijn gedaante heeft hij nooit. Ik verlang ook 20 naar die iemand, die je neemt zoals je bent, zei ik wel eens tegen Floris. Als we groot zijn noemen we alles wat sal geheuren, als we vrij zijn. Maar wan- neer zal dåt eindelijk wezen? Honger heb ik haart nog niet gehad be- halve 20h enkele keer als er"lichte" groente was. Maar langramerhand zie je er toch wel tegen op om twee keer per- dag, bhembollen te eten. Maar Ina verfelcke, dat Prof. van Moerkerken haast niets anders eet dan bloembollen! En dan al die anderen, die alleen maar van hun können moeten leven! In Amsterdam sta je 5 uur in de rij voor ½ brood en dat kan je nog niet eens altijd bemach- tigen! Bij Leentje komen op een dag wel 8 à 10 mensen aan de deur om wat eten. Bij ons is't wat minder, zij weten zeker, dat wij niet veel hebben. 26. II. Vanochtend lag ik nog in bed te„mijmeren", toen schoot’t ineens door me heen, hoe Hans, Carto en Richard moeten l lijden onder de gedachte aan ons. Zij horen niets anders door de radio en krawen, dan dat in’t Westen van Nederland hongersnood heerst en de grootste ellende geleden wordt. Zij denken stellig, dat we verhongerd sijn, als we al niet gedeporteerd zijn. Ondertuosen, zit ik hier rustig in de zon te schrijven en we ergeren ons 20 af en toe over huizelijke verschitten. Konden se maar door onze gedachten weten, dat we nog leven: Oma, Moeder, Vader en ik. Ja, maar vier van de twaalf of nog meer- leden van de naste familie. deken Vader zit bij de Kachel met zijn wollen om de benen en een kussen op zijn schoot. Hij heeft het kond en is 0 20 mager en oud geworden. Als Moeder daar wel eens over Klaagt snauw ik haar af en zeg, dat hij er best uit ziet.’ Is heldhaftig, hoe hij dese toestand draagt. De laatste tijd blijft hij wel tot 12 uur in bed, maar verder werkt hij toch steeds door. Hij zit dan met al zijn papiertjes aan de grote tafel in de eetkamer, waar we vooral met die & velle Kon met 2°n tienen waren. Er wordt daar gekookt, gestreken, groente schoongemaakt geschaakt, gemalen, ge- naaid en vooral gepraat over eten en bonnen. In die Kamer sit hij dag in dag nit te werken en maar een enkel keer- tje kan je merken, dat hij kwaad is over 't Cawaai, 20 bij voorbeeld toen Riekje hier laatst een middag op berock was. Ook is't bewonderingswaardig, hoe hij zich houdt, als se heim uitlachen- en dat gebeurt nog wel eens- of als hij op z'n plaats gezet wordt omdat hij bij vergissing deed alsof hij de baas in huis was. 27.II. Vandaag heb ik je veel te vertellen.’t Eerste is, dat Floris en ik sinds gisteravond vrede gehouden hebben. Je weet niet, waar z'n vredige stemming uit vort komt. Was of ik, die meer zu best deed dan. hij anders? Of deden we geen van beiden ons perst en kwam die sachtheid vanzelf? We hebben wel een nur zitten praten over eten en bonnen eerst, over de voorjaars stemming daarna en dan over wat we gelegen hadden, over Martin Schougauer, Veit Stoss, Anitz houtoneekunst en madonna's, ofer Racham, die Shakes- tot beare geillustreerd heeft.- Vandaag ik mi(2 uur) is’t vrede gebleven en er voel me btij en licht er om. Wat is toch weinig nodig om je een beetje vro- lijker te maken! Ik lees op“t ogenblik als ontspannings- lectuur van Albert Hellman:"De rancho der tien mysteries. Daar staan wel eigenaardige trèkjes in over de inlanders van wexico, de Judic's. Zd. las ik vandaag iets merkwaardigs:"De schrijver bezocht met sijn gartheer een dorpje stadje ind de buurt van de rancho van den gastheer. Hij vertelt van teioren aan A. Hellman, dat dit stadje 20't n bekende bedevaartplaats is en dat de plaats veel vrome Judio 3 telt. Als de schrijver dan door een halfdronken Korter wordt rondgeleid door de in de Kerk, laat deze hein iets heel wonderlijks zien. Er staat een oud nadonnabeeldje met fluwelen kleren, aan. De Koster licht haar rok op en haalt er een afgreijselijk afgoden. reden beeldje onder te voorschijn. En dit is de waarom de Indio's daar ter stede 20 Kerkschi zijn, omdat zij weten, dat dit beeldje van den god van de regen daar verborgen is, terwij de vrome pelgrims van verre komen om het Mariabeeld te zien.- Dit staaltje vind ik reuze karatteristiek, want is met alle diristenen niet eender gegaan: De paascieren en Kerstboom leggen er nog getuigenis van af. Hitter heeft aan Käthe Grusse verboden omhaar poppen verder te vervaardigen rinds soon dat zij het onenvelen van haar haar poppen een te trewige nitdruckKing geeft! Gisteravond kwam Hermy thuis van een bezoek aan den Naag. Zij was nogal neer- slachtig, want daar is't vrezelijk: honger, honger overkal honger. De rijksten en de armsten zijn meens gelijk. Haar vader vroeger goeverneur generaal van Indië! krijgt duischingen van de honger! Verder dag. aan dag van's ochtends 9 tot 's avonds 5 uur bombardementen omdat er startbanen van de V2 zijn. Zij tietste door straten die volkomen verwoest zijn, aan weerskanten van de straat hoge dammen van scherven en pain. Elke dag slachtoffers.— Zijself werd laatst door een projectiel aan de schouder geraakt, toen zij na 3 weken op een tern Fouragerings-tocht geweest te zijn. fietste naar Haarlem. Een man naast haar dood.- Toen zij nu in den Haag fietste en weer vliegtigen hoorde, ging zij van de schrik plat op straat liggen. Na'n paar minuten hoorde zij ineens naart zich een stein zeggen. Zullen we die juffrouw eens oprapen, die is gevallen. Hermie oogstte met haar ge- zegde, dat zij voor’t luchtgevaar was gaan liggen, grote hilariteil. So rustig zijn de Hagenaars nog onder dit voori- durende gevaar! Hermie had in den Haag een Platje in Marbt. Het ½ komando is daar gaan wonen. Kort geleden mochten de huurders hun meubels weg halen. Van Hermie was alleen een ouffetje en haar boeken intact. Uit de kasten was alles gesmeten, de brieven, souveniers, etsen, kleren en ondergoed. Alles lag op hopen op de grond met er boven op stukken van Soldatenktoren geweren en handgranaten. Van een antieke kast was een kapstok gemaakt door spijkers er in te slaan. De helft van de meubels was verstookt, de andere helft walgelijk gehavend! 28. II. Morgen is't één maart- de lentemaand! Van mevrouw Rovers Kreeg ik verleden jaar Blan. op m'n verjaardag een potje met drie jes er. in ten her van im leven gebteien, een primila; een paar dageur voor mijn verjaardag dit jaar sag ik er al paarse knoppen aan en juist op 22 Februari kwam de eerste bloem te voorschijn."Is 20'n teer plantje en de boemen zijn nu 20 doorSchijnend paars en Sijn. Dat komt zeker om- dat de plant 20 vrezelijk veel geleden heeft met die velle kon en eerlijk gezogd heb ik hem ook een heele tijd verwaarloord. Nu moet ik er steeds maar naar kijken, so moo: als't is. Ik heb je nog niet verteld van de moeilijk heden die ik met Moeder heb.'t Is ook lastig luteen te setten, voor mij is alles nog 20 onduide- lijk. Hoe heb ik naar haar verlangd, toen ik hier nog alleen zat. En nu? Ni ben ik ban voor elke minuit, die ik alleen me haar ben. Ook niermee weet ik niet, hoe't gekomen is. Als een sluipende ziekte heeft de oppoortie me ondermijnd.- Ikzelf ben altijd hang om op te vallen onder vreem den. Nu Kisamen Neder en Vader hier, die volkomen uit de toon vallen. Zij beheersen de taal niet, de seden en gewoonten hier zijn vreemd voor hun. Zij sijn niet meer ge- wend van de dagelijkse sorgen te hören. Met een haast ongefeinde agresriviteit ver- 2et Moeder zich nu tegen alles wat voor haar vreemd of niet prettig is.- Al spoedig nadat zij hier kwamen, werd mijn positie 20, dat ik in’t midden moest staan tussen mijn ouders en de anderen. Ik Nierdoor en waarschynlijk door werd. nog veel meer, geprikkeld tegen iedereen en vooral tegenover moeder. Ik sou haast seggen. God vergeef het me!"maar ikzelf kan’t me niet vergeven, dat ik zõ ben. Vaak doe ik nog mijn best om aan Moeder de dingen uit te leggen, die de anderen storen. Maar dat wekt in haar alleen tegenstand. Zij wil niet bringen geloof ik. Ach, ben ik dan niet net cender. We zijn juist 20 van't selfde hout! Wat zou Praute al mijn jeremijades goed kunnen saanhören. Maar von zij kunnen helpen. Dagboek, Carlo, of wie't dan ook is waar ik, aan schrijf, denk niet, dat ik alleen schuldig pen!'t zijn de omstandigheden! Ik wondat je even een kijkje kon nemen in onze Keuken om te merken hoe ik recht met elk woord van Moeder als met een demon „Zal ik antwoorden? Zal ick niet antworden! Ben ik beiwbed door Floris' critiek? Moet ik iets zeggen? Wat moet ik seggen? Mag ik dit antwoarden of dat? 20 jaagt door m'n hoofd en ondertussen is moeder verder aan't praten, verwijt mij mijn zwijgen of mijn verkeerde antwoord. Lieve Herrte straf me er niet voor en m'n surjes niet en niemand! 1. Maart'45 fij cet misschien nu spiegekieren of ham of heerlijk wit brood of... 20 maar, genoeg aardappelen, terwijl ik de heele ochtend al aan’t praten en denken ben twe we nog elke dag aan zò veel groente kunnen komen om niet een heele lege maag te houden. Laatst schreef ik je, dat ik pas een Keer echt met honger naar bed ging. Maar wat is het dan, dat ons de heele dag aan eten doet denken? Eieren of melk, daar denk ik heus niet meer aan, maar als je maar eens echt genoeg kon krijgen! We hebben er haast ruzie om omdat de cën zegt, we mogen geen uien meer op de boter- ham eten, want se zijn haast op, en de ander segt, dat se gaan rotten als we- ze niet op maken.’t Is moeilijk, hoor, omdat we niet weten tot warmeer onse voorraad moet strekken. Vader denkt optimistisch, dat we spoedig vrij sullen zyn, Hermie denkt nog 4 à 6 maanden. Niemand weet het immers. Toen ik gisterochtend tegen vijf nur wakker werd hoorde ik op straat een eentonig sagend geluid, staktoij.’t Duurde een heele tijd. Verder vermoedde je meer dan dat je’t hoorde, de aamoezigheid van mensen. Na een tijd een gekraak, geritsel van takken... ik was ineens bang dat' onze boom" was, de Linde voor ons huis, die we voorbestemd hadden om te kunnen stoken. Toen’t lichter werd keek ik uit't raam. Gelukkig onze stond (en staat) er nog, maar die aan de overkant is weg.“Is toch droevig al die bomen maalten sich al gereedt voor + voorjaar en hadden een rood stuiertje, aan.'t Lijkt me niet zó wreed om se in de winter te kappen."Fbris" zei ook:"dit hout stookt, niet 20 goed, daar zitten de voorjaarszappen al in. Carlo, als ik je dit dagboek nu eens echt Auurde, wat zou je gek opkijken. Maar ik houd er wel van, om de mensen verstomd te doen staan, hoewel ik me er nader- hand toch over schaam. Zondag 11. Maart'45 Jij zult mij wel gemist hebben een paar dagen, maar ik heb toch ook erg naar jou verlangd, dagboek. Er is 20 veel Intussen gebeurd, weet je Tien dagen zijn voortoij ge- gaan en ik ben 8 dagen vrij geweest. Je weet niet, wat dat is, na meer dan 2 ½ jaar achter gordijnen, ineens vrij buiten zijn en je eigen baas. Maar ik moet je alles vertellen, hoe’t gekomen is en hoe't was. Vrijdagochtend kregen Hermie en ik ruzie, natuurtijk over eten. Er werd van alles bij gehaald en iedereen werd er in beFrokken. Floris sprong nog reuse voor me in de bres, hoewel ik hoe langer hoe minder begreep, waarover hij nu eigenlijk met Hermie discusvieerde. Maar ook de Smit werd er bij gehaald, die’t er steeds maar over had, dat alles maar& suinigjes aan"moest" gegeten worden en dat we wel twee dagen met één portie groenten moesten doen en nog meer van dit moors, waar ik me met een lege maag niet so best bij kon neerteggen. Weet je, de laatste dagen hadden we echi honger geleden, en als ik dan Vader zag. die 20 zienderogen minder werd, en Moeder, die ook niet alles kan eten de laatste tijd, als dan kneep me dat wel de keel dicht en voud't wel heel erg, dat ik se niet beter kon verzorgen. Ook hoorde ik steeds al't gejam- mer van Moeder, over Vader's wakte eu self had ik ook wel een lege maag.- Wat moet ik er nog veel van vertellen, meens steeg de spanning in mij ten top, en stond ik met m'n jas aan op b/d mijn kamer in tweestrijd met mezelf om er vandoor te gaan.'t Eene Ik wilde niet en’t andere schold me uit voor laffaard. Ik ben toch maar ge- gaan en voelde me ineens buiten in de zon lopen, de zou pal in mijn gezicht.’t Was echt geen verkelijkheid en ik weet nog, dat ik me- zelf er steeds weer aan moest herinneren, dat 't werkelijkheid was. Het plan waarheen te gaan ontstond vanzelf, mijn voeten wezen vanzelf de weg naar Leentje.- Lieutje, hier komt eenofsang op jou en ik hoop † nooit ’ Is te vergeten, hoe je me hetst opgenomen. niet te beschrijven, maar elk woord dat je sei was goed voor me en wat je zweeg was 0,20 goed. Je vroeg niets en je was 20 liet en hoe stond je rustig met je rug naar me toe Thommetje te voeren terwijl ik zat te huiten van de schrik omdat ik weggelopen was. Wat is mocitijk en veel om te vertellen, hoe + was en hoe Riekje op mijn schoot ging zitten en evenals haar moeder steeds maar het jniste vond om me af te leiden en te Kaimeren. Leentje ging se thuis gerust. stellen en vertellen, dat ik goed aangekomen was. Onder't een kwam ik al heelemaal toij(se eten daar nog 20 goed!); ik had 20'n trek en durfde't toch niet bekennen, omdat ik dat niet voud passen bij een betruitd gezicht. En toen rijpte’t plan in me om op voedsel uit te gaan, de Noord of Naartemmermeer in, 20 maar't gevaar te troperen. Ik ben niet de Noord in geweest en ook niet naar't Haartemmer meer, maar ik heb een week lang dag in dag uit de stad doorkruisd en groente gekocht en gescept. O, je kan't niet begrijpen, hoe neer- lijk“t was, weer te leven en self plainnente maken. Weer met vreemde menseii spre- ken en indrukken op te doen.’t Is ein geheel nieuwe sensatie om te kopen en in de rij te staan, in de son te lopen of in de regen, te kijken in de winkels, wat je nodig hetst, met de anderen op jacht te zijn naar levensmiddelen 12. Maart'45 Daar komen de moeitijkheden al weer op me af. Pas een dag in huis en alles om me heen is al weer een en al verwikkelingen. Die heb ik al weer een ingewikkeld verhaal met Moeder gehad, dat me dreigt te bedelven. Ach, laat ik er niet verder over schrijven, maakt alles nog maar moeitijker, als je er op door gaat denken. Zoeven hetoben Floris en ik al weer een godenmaal gehouden van olie, suiker en citroenessence door elkaar en daar vrolijk je weer van op. Gisteren ben ik middemm’t verhaal over mijn 20 vacantie opgehouden, hoewel er toch nog veel te vertellen valt. Ik heb door Haarlem ge- lopen, met als maar een Cach in me. Tegen iedereen moest ik lachen en daardoor was ieder vriendelijk terug. Overal, waar ik een oud gebouw zag, schoot ik er op af en beKeek het van alle Kanten. Vooral de grote kerk was so geweldig mooi, van alle kanten, voor- al vanuit de Jansstraat was het net als een ets of eigenlijk zag ik er een ets in, die ik zelf witde maken. Verbazend voud ik al de torentjes van Haarlem,’t leek wel of er een wedstrijd gehouden was van wie het mooiste torentje had. En er zijn 20 veel mooie kerkjes in Haarlem, je valt er haast over en ik heb toch maar een gedeelte gezien. Met Riekje ging ik naar een oude mannen-en-vrouwenhuis Kijken, dat vroeger Buitengasthuis heette. Dat was ook van heel oude steen en achter in de tuin een eenvoudig kerkje als uit een bouwdoos. Van die wandeling heb ik ook 20 genoten. We keken naar alle boemen voor de ramen van de huisen: Cräussen, Hyacin- ten, Narcissen en een enkele keer tulpen(die zie je haart niet omdat we die dit jaar opeten.- Eén middag was ook een toppunt in die vacantieweek; ik weet niet hoe dat stralende ineens over me kwam.’t Was niet eens mooi- weer, echt so'n Hollandse druiterige regendag. Leentje ging naar Floris en it ging op de fiets mer Hers uit. Zij was so li stuk veranderd sedert ik haar voor't laatst sag. Zij was 20 veel opgewekter en looser dan vrocger. Onderweg kocht zij nog paarse krakurjes voor me aan een wagen. Dan ben ik bij Toos Bogtman aan gegaan. Die was 20 veel onder en nitgedroogder geworden in die 3 jaar. Daarna ging ik bij om Emile op visiete en ik denk dat dit het meest oproekkende van die dag was. Niet mij zelf maar Mattie en Toos, die net van buiten kwamen, de een van een zoek-tocht naar voedsel de ander van’t bomen kappen. Zij brachten 20h leven mee en se waren 20 jong en Flink, dat ik echt mee moest doen. Een ik avonds bij I Leentje terug kwam, sat ik völ verhalen en in mijn keel was een gewel, alsof ik een heele dag gelachen had. De eerste dagen dacht ik bij alle goede dingen van’t leven aan Vader en Moeder, dat die nu binnen saten en honger leden bovendien. Maar langsamertrand werd ik 20 gegrepen door dit nieuwe leven, dat ik nog alleen maar aan mezelf dacht. 14. Maart Gisteren was Trautejarig. Gek. op 20h dag. herinnert alles je aan diegene, diejarig is. Twee truien van haar deed ik aan, het boek, dat ik las was van haar, en nog veel meer, dat ik nu ineens niet meer weet. Floris heeft vast ook veel aan haar gedacht want de avond tevoren heb- ben we nog van die tijd gesproken, toen zij’t 20 moeitijk had met de kinderen. Van Moeder kreeg ik een schepje jam en's avonds aen we met 2h drieën een feerthoterham ter cre van Traute. Vandaag schijnt de son 20 heerlijk en lijkt veel een stuk makkelijker dan gisteren en eergisteren. We krijgen Vandaag, Vrijdag en Zondag een dutsbele portie crutensoep van de centrale keuken en de volgende week een half brood extra per persoon. Alles van het rode Kruis! Verleden week, toen ik weg was kregen we een heel witte brood en 125 gram heerlijke margerine. 20 kan je je echt verheugen op wat je extra krijgt, bij het weinige op de bon. De laatste tijd gaat't echt veel beter tussen Floris en mij. F Is nog wel een eig teere blom, so af en toe weer met een wankbank, maar we hetoben toch weer wat te praten, houden af entoe een godenmaal en vertellen elkaar van de boeken die we lezen. Maar nu is Floris wel van plan om hier weg te gaan en als dat luk't ben il weer alleen. Maar't is nog 20 vaag omdat hij nog geen ander adres heeft en wie weet zijn we gamo vrij Vrijdag 15 Maart Heb ik je wel eens verteld, dat Moeder en ik so precies het zelfde van aard zijn? Van- achtend kwam het weer 20 duidelijk uit. Moe- der vertelde me, dat zij zich 20"ausgeworfen" welde de laatste dagen. Zij heeft geen eigen werk en vlucht dan maar in de hushoudelijke bezigheden. En warempel, even Cater, kwam 20'n expres verkeerd begrepen uit- spraak van de Smit voor den dag. Precies so reageer ik ook altijd, of eigenlijk pas sinds het schuiten, geloof ik. Eerst stad ik met m'n Cicker been op of heb so maar redeloos een landerige bui cu dan is t of ik overal snuffel naar een uitlating van anderen, die ik kwalijk kan nemen. Die arme Floris, die dat dan meestal op 2'n kop krijgt. Geen wonder, dat hij aardig genoeg van me krijgt. Sinds ik weer thuis ben tracht ik alles hier 20 prettig mogelijk te maken. Ik kleed me vrolijk en doe alles langzaam en tracht 20 min mogelijk aan mijn plichten te denken. Maar Maandag had ik daar al meteen een tegenslag mee. Toen ik in die sombere eetkamer de tafel afgeruimd had zette ik er midden op een pot met hyacinter Toen ik even later de kamer in Kwam waren de macinten verhuisd naar een onopvallend hoekje en op tafel pronkte wals vanouds een Poeitelijke vaas met stoffige Katjes.- So somber en smakeloos is alles hier in huis. Carlo, hoe kunnen die mensen toch hun heele leven doorbrengen in die muffe, lichtlose plichtssfeer. Jij son 't er vast niet uithouden. Jij houdt so van dak Kleurige overdadige Bali, heb je verteld Mijn kamer hier ziet er ook heel wat prettiger uit. Soms denk ik, dat ik om mijn bloemen en boeken hier terug gekomen ben. Ik heb drie hyacinten, dik in knop.’t Is maar een puzzte welke Kleuren se krijgen. Verder een vetplantje, dat vier nieuwe bladeren krijgt; het plantje van anton met een heele tros boemen en veel knoppen; twee vaasjes met takken van de riebes in de tuin en nog een plociende plant waar ik de naam net met van kan vinden. Op m’n bed light een deken van mevr. Moltzer die een patroon van rode en bloruwe bloemetjes heeft. En dan mijn mooiste kunstboeken. Wat heb ik't toch eigenlijk goed en haast 14 dagen al geen honger gehad! Voor het nageslacht: Op de bon per week: I brood; I Kilo aadappelen, een beetje groente, om de 6 weken ½ lb sout; af en toe eens wat koffiesurrogaat, om de 14 dagen 100 gr kaas af vlees. zwarte prijzen: Vles obiet. 115; Itt vlees fl. 32.-; 1 Brood fl. 25.- 1 Kilo Lof 4 gulden; 1 rode Kool Fl 1.- En dan 1 mut tarwe k. 1000.- als je’t krijgen kunt. 145 Dinsdag 20 Maart + Is net of ik de laatste tijd weer heelemaal geen eigen gedachten heb. Ik leef innerlijk eigenlijk niet alleen wat naar buiten te zien is, dat is er.-Maar m'n dromen sijn weer 20 gek als in’t begin van de gevangenschap. Gis- ternacht drooinde ik weer, dat ik bij kiek schulde en dat we ons moesten verstoppen Op een grote zolder was een luit waar ik in moest en later sat ik alleen va een heel nauwe kast. Van die selfde zolder heb ik een tijd geleden al eens gedroomd; toen moest ik er ook door een luik maar daarna door geheime gangen en pak- huizen. Gek, da! ik nu dacht:„die zolder ken ik„Terwijl't toch een zolder was, die ik uit een vroegere droom alleen kende. Vannacht heb ik ook weer iets gedroond van vluchten. Maar nu vlüchtte ik met Eva en Acci. Toen raakte ik Eva kwijt ge- loof ik en Acci had ik 20 raar op m'i arm met't hoofd naar beneden. Op’t laatst vond ik’t huis waar ik wezen moest.- Zondag is so in fijne sonnedag geweest. 4 Was rense rustig en ik sat op mijn kamer te handwerken. Floris kwani er zelfs ook bij later maar hij houdt't nooit 20 lang uit bij me. Gistermiddag was ich 20 in de put, toen heeft Floris me er uit wilen helpen en heeft me voorgelezen nit"Galataca en Hans Bril"'t Heeft me echt 28 opgekikkerd. Floris kan ook 20 geweldig voorlezen. 20 met liefde, vind ik(die In had ik niet neergeschreven, als’t een brief voor Anton was!) Als ik voorlees, wil ik de mensen aan't lachen maken of ben so hang, dat ik se verveel, dat er een volkomen wangedracht uit komt. Als ik alle boeken, die ik gelezen heb voor mezelf, so gelesen had als Floris dit nu voorleest, dan had ik er o 20 veel meer aan gehad:„Wenn das Wörtchen wenn nicht wär, war men Vater Millionär. Floris vertelde me laatst, dat Mr. Moltzer tegen hem gezegd had, dat Floris mij had moeten helpen om over de invtoed van de pertsfeer op de academie heen te komen en dat hij mij had moeten verheffen. Maar ik weet so veel beter, wat Floris voor me betekende in m'n ontwikkeling. Liefde voor de natuur, andere mensen zien wals ze zijn, aen zien en leren wat Hollands is, liefde voor gedichten en mooie Hollandse boeken en nog veel meer heb ik van hem geleerd. Over de nare invloeden van de Academiesfeer ben ik wel vanzelf heen ge- komen en de rest heeft de tijd gedaan. Maar wat Mijnheer Moltzer niet weet, is, wat ik in Floris mis en waarom hij geen harmonisch wezen van me Kon maken.- Ik ben eigenhijk 20'n idealistisch schaap en daar heeft Floris me niet in gesteund, maar tegengewerkt en zelfs sondermijnd.- Ik wil 20 graag met eene man samenzitten, samen doen en samen met hem in de son sitten. Dat weelk aan een kant van de tafel zitten te schrijven of ik zit te handwerken terwijl hij werkt. Of hij leest me voor of we Kijken samen haar reproducties. We gaan samen naar een lezing of zitten rustig te mijmeren. Ik zeg maar wat Maar bij Floris en mij lukt dat niet. Hij kan niet werken als ik er ben, springt onrichtig op; altijd lopen zulke pogingen van me mis(behalve misschien gisteren) en dat is al haast drie jaar lang een nemming in mijn dagelijks leven. Als je van een man heut, dan moest dat toch allemaal vanzelf komen en elke dag als een bloem zyn. En dan de preciese critische geest van Floris: Liefdadigheid is verfoeiliik. En ik was juist 20'n tiet dadige Padvindster en kan nog maar niet inzien, dat’t verkeerd van me is, als ik blij ben omdat ik aan de deur een boter- ham gaf. 22. Maart'45. Gisteren was't begin van de lente. Vader had so maar uit zichzelf zijn beste pak aan ge- daan met een gele k Narcis in z'n knoops- gat. 7 Weer was ook stralend. Om 12 uur kwamen de berichten met goed nieuws en vooral: Worms in geallieerde handen! Toen zijn Floris en ik in optocht naar Vader gegaan. Ik stak een speech af, dat we hem hartelijk feliciteerden en we overhandigden hem een dikke plak vorst.’t Was echt even een licht in onze bewegingloze dagen, die hoe langer hoe zwaarder op ons drukken.—'t Is hier een spookhuis, weet je, met 14 Klokken, waarvan er t 7 slaan en je steeds aan tijd, plicht en gevangen. schap herinneren. In dit huis woont Pa- piet als een veroud aardmannetje met de Smit, die totaal verdord cu uitgedroogd is.’t Is een droevig geheel. Novit een woord te veel of een sonnig gezicht. Alles„hoort 20" en moet 20 alles zuinig en stof vrij. Stakkerts!'t Stof dat se wegvegen is lang- samerhand op hun eigen hoofd neer gekomen. I- Kordat Moeder en Vader hier kwa- men kon ik't nogal vinden met de snuit d.w.z., ik sei maar"ja Mevrouw" en mop- perde inwendig of tegen Floris over haar: Maar nu zeg ik haast nooit meer ja Meurouw en zwijg vijandig. Je moet niet denken, dat ik nu geen pogingen meer in’t werk stel om iardig voor haar te zijn. Maar’t is haast onmogelijk om vriendelijk te bhijven. En soins denk ik, dat ik jaloers ben op haar omdat Floris 20 goed voor haar is en tegenwoordig meer bondgenøte van haar lijkt dan van mij Ach't is weer eens so ingewikkeld! Wan als mevrouw, zoals nu, siek is, kan ik sonder veel moeite aardig voor haar zijn. gek. hè? Dat is dan seker omdat bij dan niet als wandelende plicht rond loopt met gezucht en een stofdoek. Vers met me! geef We beleven tegenwoordig gekke dingen. Van- daag bij voorbeeld, nu meurouw zik is, zijn we met z'n zessen in huis, waar- onder niet één die boodschappen kan. doen! Thi is Floris, je kan seggen onder levensgevaar naar de Centrak keuken gegaan om eten te halen. 23 Maart. om Vandaag heb ik zin om poëtisch te sijn iets mois te seggen of te zingen of te dansen, Het weer plijft ook steeds maar 20 verrukkelijk mooi. Je hart doet er pijn van omdat je niet naar buiten kan, je kan niet de lènte te gemoet gaan en op wek gaan naar een partner, die met je wil dansen.- Ik word er to bitter van en so in mopperpot. Met een zuur gezicht en scheldwoorden in mezelf Coop ik rond. Laatst sei de snuit cens tegen me:"Wat kan er veel liefs verloren gaan". Van haar vind ik so n uitopraak onzinnig maar van een ander zou ik heim aanvaarden. Wat gäät er veel liefs ver loren op die manier! Ik voel mezelf tot eo veel liefde en goedheid in staat. Maar nu wil't maar niet lukken. En wat ik dagelijks doe is niet meer goed te maken ook Carlo, in dit dagboek zal‘t je verbazen niets te zien over de werkelijke oorlog. "Je ziet niet, wat er om haar heen gebeurt, al de griweldaden en slach- offers van de oorlog."Ja ik hoor en zie niets anders dan de 20 rég om ous dage lijks brood. Het roenwer van de oorlog noren we niet en ik kan me de afschuwelijkheden niet indenken. Wie wer zijn jij en jij en jij slachtoffers geworden in de strijd voor onse bevrijding en ondertuosen, zit ik met een zuur gezicht omdat het niet hard ge- noeg gaat na m’n sin en verheug me alleen even als er eten komt van rode Kreis. 20 gek, hoe je verlangens met het jaargetijde mee gaan. In die donkere winter, die achter ons ligt, had ik steeds maar behoefde aan een kindje, dat van mezelf zou zijn. Nu 't weer leute is en de zou schijnt buiten heb ik weer behoefde aan een man die met je wandelt en vrijt, echt leute.- Wat was Traute altijd wird in de Leive, die was genoonweg niet te houden.- Van- nacht heb ik van haar gedroond, dat se weer weg ging. En ik sag al haar Planellen pyama's voor me, daar mocht ik wat van uitsoeken geloof ik. En zij had een potje met suiker, maar ik weet niet meer, wat daar mee gebeurde. Dinsdag. 27. Maart Wat is er nu weer veel te vertellen en toch weet ik niet meer, wat’t allemaal was. Van- daag wordt de spanning haast ondragelijk. Frankfurt is veroverd. Is als in ein fuime- ling, zu voel je je; als je aanraken sul je gaan huiten. Als nu de bevrijding niet ganne komt, worden toe gek. Vader kruipt maar steds in zu bed en beweert, dat hij een beetje verkonden is. Floris en ik zitten bij elkaar te wachten.’t Noet nu maar komen.'t Is toch onmogelijk, dat wij toch niet bevrijd zouden worden. We maken weer eens plannen voor na de oorlog. Voor- toch al hier weg. De stemming hier wordt ook ondragelijk. Vooral de Smit en Pa Piet zijn niet te harden. Mijnheer Moltzer heeft ook een totaal verwrengen en verbeten gezicht. Maar dat komt ook omdat zijn vrouw ziet is. Die heeft a een vinger die afsterft en haar geweldige pijn veroorzaakt.- Maar we worden allen hoe langer hoe onhandel- baarder. Je kan ook niets meer beginnen en wacht maar steeds op niemos. Floris wil so ganu mogelijk als we vrij zijn naar A'dam en ik ook, al moet’t lopende want nie- mand heeft toch nog ein vervoermiddel. Wat is't heerlijk om van alle mogelijkheden te dromen, hoewel je nu al wel eens bang wordt voor die werkelijkheid. Ter ere van Frankfurt aten F. en ik boterhammen met sniker en kaas er op. Ja, da had je niet gedacht, dat wij't ook nog wel eens 20 goed hebben. We kunnen toch al 20 genieten samen van zulke dingen, dan zijn we echt twee kleine Kinderen. We kunnen een ongelovelijke hoeveelheid droge boterhammen achter elkaar verslinden! Zondag hebben we elk een ei gehad dat was heelemaal een feest en voor het zweedse wittebrood met pasen hebben we ook nog een cie en sniker. De laatste dagen mis ik Fzante erg. Je kunt met haar alles 20 goed bespreken, wat in huis ge- beurt. Vannacht droomde ik weer van Eva. Bah,'t doet pijn. In't begin van de gevangenschap Kioam je 8teeds so tot inkeer. Je dacht over je zonden na en wat je anders had moeten doen en hoe goed de mensen zijn, dat ze je gonamen. Tegenwoordig verbaast het me wel eens, hoe gewoon je alles van een ander aanneemt in hoc zonder scrupules(?) je van alles doet. Vroeger was ik diep-rampzalig dat ik de smit niet genoeg hielp in't huishouden. Die brieu heb ik nu niet meer en doe alleen waar ik niet alte veel tegenzin in heb. Carlo, wat zul je me slecht vinden er is nog zo veel meer, wat ik van mezelf veroordeel. Dit voorjaar is 20 heerlijk en veelbelovend! † Weer is 20 prachtig an de Hoemen en bomen zijn 20 vroeg en mooi.- Als't eens waar was, dat we er uit mochten! 27 Maart's middags 4 1/5 of ik vandaag koorts heb. er gebeuren 20 veel belangrijke dingen.’t stijgt allemaal naar je hoofd. Nu heeft de Fam. Moltzer verteld, dat zij naar hun huis terug willen en Moeder en vader meenemen. Wat zou dat heerlijk voor hen zijn; wat een rust, ook voor de eerste tijd na de oorlg. Floris en ik souden dan ook hier weg moeten want hier blijven met de oudjes is toch uitgesloten. Ach,'t gaat nu vast allemaal de vrij- heid tegemoet! 29 Maart's Avonds Vandaag een heerlijke middag gehad. Eerst wou 't niet erg en ik kroop maar in bed; maar om half vier kwam Floris thuis met een nieuwe sending Queeds brood en margerine. Toen hen ik opgestaan; we hetsben er een mooi feert van gemaakt met een wit tafelkleed en toloemen op't puro van Floris. Toen begonnen we maar te den. Floris schokte alles naar binnen, zoals wij dat het Ciefste doet, ik deed veel langsamer. Ineens werd het feest gestoord(of verhoogd) door Leentje, Kees en Riekje en Pater Manni, die allemaal mee aanraten. En’t toppunt was, dat Leentje vertelde, dat ik bij hun mocht komen wonen tot de oorlog voorbij is. Dat is een heel pak van m'n hart, dat betekent al een stukje vrijheid. Naderhand gingen, allen weg behalve Manni en toen heeft Floris haast"Hans Bril" uit voor ons voorgelezen.-Dit klinkt allemaal erg simpel, als je't 20 opschrijft en toch kan de blijheid op zulke ogenblikken 20 over je komen.- Nu is’t morgen goede Vriplag, en dan Pasen en wie weet, zijn we met Pufsteren vrij! Ik denk so veel mi aan Traute, Eva, Eric en nog veel anderen(vooral Minni) die we so plotseling moesten vertaten en die we 20 missen. Wat was tric jong en Minni vertrouwd en Traute en Zla en yots en allemaal. Carlo, ik kan’t niet helpen, een dagboek in den waren sin kan ik niet schrijven. Altyd heb ik't idee, dat jij dit zal leren Cater of een ander en als ik dit met schrift niet vol schreef zou ik brieven schrijven aan Anton of een ander of ik son openhartiger zijn tegen de huisgenoten. 20 schrijf ik elke dag aan jou of is't een ander. Een on- bekende, waar je je natuurlijk mooier tegen voordoet dan je peut. Of temminste je neemt een bepaalde houding aan. Ik ben seker iemand, die gehoor nodig heeft anders zou ik toch niet in dezen vorm een dagbock schrijven.— Met Floris en mij is't wel droevig gesteld. Hij wil me kwijt, dat segt hij ook wel al lang ronduit. Toch is st moeitijk aan st idee te wennen. Moeilijk?"Dat is maar een woord dat"toch niet weer Kan geven, hoe je elke dag wordt heen en weer geslingerd tuosen de verschillendsde gevoelens: Haat, venijn, verongelijkt aan de eene Kant, vertedering, steun zoeken en hoop aan de andere kant cu soms laat het je niet meer los en draait maar in je hoofd:"Alleen gelaten, verlaten, te Celijk of niet lief genoeg of niet offervaardig genoeg, een rotte appel, waar iemand in gebeten heeft omdat hij van buiten nogal gaaf er uit zag. Bitterheid, als maar weer en die angot steeds om 20 alleen te blij ven en zo de wereld door te moeten. Die angst had ik al toen ik nog heel jong was, ik weet niet meer, wanneer voor fl eerst maar ik hoor Lieschen ons Kindermeigje je nøs zeggen:„Iij krijgt geen man omdat dat twee rode stekjes aan je been heft. En is steeds maar die Angst, dat ik alleen in zal zijn. Dat draait en draait maar me rond; gek hè? Vrijdag 30 Maart Nu komt er af en toe echt even rust over me. Vanochtend even in bed en gisteravond terwijl ik schreef. Dan wel je meens, hoe je die rüst en stilte gemist hebt.- De berichten zijn nog steeds so geweldig goed en wie weet duurt’t ook hier niet meer tot Pinksteren. Vanochtend heb ik iets lelijks gedaan en jij zult me er ook om verfoeien.- In m'n hoofd waren plannen klaar om de snuit en Pa- Piet te vertellen, dat ik weg sou gaan en dat ik won helpen schoonmaken. Maar ik ben nog niet zelfstandig genoeg om u iets uit te voeren zonder de toestemming van Floris. Toen wilde ik als vanonds bij Floris in bed die kwertis bespreken. Hij stiep wo, toen ik binnen kwam maar werd onmiddellijk wakker. Ik zie me nog staan, hoe ik m'n ochtendjas uittrok en sei, dat ik even bij hem in bed kwam. Z'n gezicht was daar- op iets, dat ik niet so gann vergeten sal en dat wel nog vaak in m'n leven zal op- duiken als iets spookachtigs. Het drukte verbaring, afkerigheid en verzet tegen mijn plan uit; en dan spot, bijtend en scherp. Ja en toen ben ik er toch bij gekropen en heb heel stil gelegen en getracht vrolijk te lijken terwijl er maar scheldwoor- den in me opwelden maar ik heb se niet nit. gesproken. Later heb ik ook nog even van m’n plannen gesproken maar Floris gaf nie er geen raad m. Gek, ein terwijl ik dit nu rat te schrijven en juist aan de spottende lach toe was, kwam Floris binnen en streek me over m'n wang.- Begrijp jij dat nu? En zou jij dat kunnen verdragen? Je weet niet, hoe lastig dat soms is. Mevrouw Kooyman is gekwetst omdat ik ook weg wil. Jammer, zij liet me niet eens tijd om een taktrolle uitschicht te vinden. maar zei botweg, dat ik’t hier zeker niet goed genoeg had gehad. Ja,’t treurige feit is er, dat ik’t hier niet prettig voud, al vanaf“t begin, maar zou’t werkelijk nodig zijn dat je in 20'n geval de heele waarheid zegt? Sinds Moeder er is kan ik de jniste toon niet meer vinden tegen mevrouw en een beetje heeft Moeder daar. de schuld van omdat zij me sterkte in de afkeer van dit huis en de mensen en soms op een minderwaardige toon er over te Keer gaat, die ik mezelf niet rou toestaan. Carlo, ik zie’t in de spiegel, ick word elke dag Kaler. Vanochtend had Hermie rusie met Mevrouw over de cieren, die Hermie van haar laatste tocht meebracht. Meur. Wildat we er met pasen elk een van eten. Hermie wil zinnig zijn er af en toe een van door ⁊ eten doen. Gek, waar er je niet al ruzie over kunt maken, als weinig eben is. Zondag 8 April. Ik heb je lang niet geschreven maar heb in die tijd toch vaak aan mijn dagboek gedacht. De week, die voortoij is was weer erg opwindend. We dachten om over een paar dagen vrij te zijn, maar't viel weer tegen, zodat we- van„hinmerhochjauchtseud“ weer„zum Tode betrükt werden. O Je onderschat toch steeds weer de taaie kracht van de Duifsers. Waarschijnlijk gaan se selfs nu nog op laatst een egelstelling van Ymuiden make eu dan is't maar de vraag, of we elkaar terug zien! Al m'u krachten drongen samen om te kunnen uitbarsten op de dag van de bevrijdine; en nu zijn we weer niet bevript. Die geruchten maken je ook 20 wild en je trapt er toch altijd weer in. De spannine in huis is 20 mogelijk nog groter geworden. Ikzelf denk vaak, dat ik gek wordt en alle opgeproste énergie komt in ontzettende dritthuien tot hiring. Maar 20 zijn we hier nu allemaal. Carlo, als ik er met jon over zou kunnen praten, sou't allemaal 20 belachelijk kunnen zijn, maar nu alsof de verhoudingen in huis p't belangrijkste waren, was er bestond. Als we vrij zijn wil ik eerst een eigen kamertje hebben en dan trachten tetekenen en etsen. Ik wil m'u best doen om voor de verkoop te werken en so mogelijk voor mezelf zorgen. ving Vaak ben ik 20 hang voor de leegte, die er zijn sal, 20 sonder Floris, daarom bedenk ik steeds niewe dingen, die ik doen wil en moet om 20 vlug mogelijk een vulling te hetsben voor mijn dagen. Floris leest me nog veel voor omme op andere gedachten te brengen en voor zichzelf denk Ik ook. Gisteren kis hij de levensbeschrijving van Jan Mankes. Dat Brengt mij Maukes (een lievelingoschilder van Floris) veel dichter bij. Ook sat ik gewoon de springen om de gaan werken, toen ik hoorde van Mankes, die al zijn tijd kon besteden aan schilderen op zijn eigen atelier. De Paasdagen sijn toch wel goed geweest. Floris en ik saten boven samen die twee dagen, soals trouwens haart steeds tegenwoordig. Ik heb een nieuw plan voor een gobelin voor Leentje met een voorstelling van de lente er op.’t Ontwerp zal niet 20 lastig zijn, maar wel de uitvoering omdat er in lang nog geen materiaal zal zijn: wol en strämien. Maandag 9 April Geachte heer Moltzer, nee, eigenlijk acht ik U niet erg, hoewel ik steeds maar tracht acht baarheden in U te ontdekken en me altijd weer voor ogen tracht te roepen, op welke manier U mijn ouders in de moeilijkste tijd heeft terzijde gestaan. K vraagt om een onderhoud met my, om me beter te leren kennen. Maar ik ist dit onderhoud niet omdat ik mezelf zou sluiten en U hoogstens wilten zou inlichten over Uw eigen houding in dit huisgezin. Ja, en nu schrijf ik U niet eens echt maar alleen in m'n dagboek waarin, U hopelijk nooit zult lezen. Riet uit lafheid doe ik dit maar omdat ik toch wel terug. deins voor de gedachte U te kunnen kwersen Ik zie in U iemand, die de berte bedoslingen heeft, maar die door eigen mateloos egoïs- me alleen dan die goede bedoelingen tot uitvoering kan prengen als se hein meer voordeel dan last bezorgen. Dat is eigenlijk een eigenschap, die heel veel weldoeners heb- ben en ikzelf ben daar heel erg mee. Maar U heeft nu juist 20'n positie in de maatschap- pij door dat weldoen. Ja, en dat hindert me nu, dat U. hier in 37 huizelijk leven, dat toch 't begin is van een maatschappy, so om Uw eigen belangen bezorgd bent en geen duimbreed grond prijs geeft aan de au een ander van dit gezin. En ja, daarom botsen U en ik zo vaak omdat we allebei even egoist zijn en de eën merkt dat de ander hem door heeft.- Gisteravond vertelde Floris me, wat hem’t meest hindert in mij: dat ik niet zwijgen kan over wat een ander me vertelt. Ja, gek, ik zoek mezelf bij vtagen op alle mogelijke manieren te beteren en anders te zijn, jus juist om hem waard te zijn, maar hier had ik nog haast niet aan gedacht en hek me in’t zwijgen haast nog, niet gecefend. En dat stomme gepraat komt vaat alleen omdat ik een ander wil verduffen met wat ik zeg, af wil bezig houden of getuigen van mijn vriendelijke bedoelingen. Nu ik er op het, merk ik, da ik voortdurend iets wil uitflappen, dat een ander me toevertrouwd heeft. Wat kan een mens toch een beude touten hetoben en somme wel z'n hele leven houden zonder dat hij er misxluen ooit iets van gemerkt heeft, zelf. 20 meent Moeder bij voorbeeld stellig. dat sij goed kan wijgen en geheimen bewaren, hoewel zij min self al vaak genoeg heeft gekwetst met iets van my ran anderen te vertellen, dat me dan erg griefde. Het Broodrandsoen verlaagd van 800 op 600 gr. per week! Floris denkt er nu over, om al is de oorlog dan nog niet afgelopen, bij Wolf te gaan wonen als hier al de anderen weg gaan. Ik ben 20 Thij, dat ik dan ook al een toentuchtsoord heb bij Leentje. Dan heb je 20 iets heerlijks vóór je, al is de oorla jegen die tijd nog niet afgelopen. Nog 16 dagen, hebben we uitgerekend. Vandaag is'T voor’t eerst wel hiel erg met brandstoffen. We hetoben dat kleine romerkacheltje aan en daar niet eens genoeg takjes voor om te koken. Iua W. is bij ons geweest en heeft me verteld, dat zij prezies elke dag van het lijden van haar vader opgeschreven heeft hoe hij geweest was. Da had ik haast niet achter Jua gezocht omdat zij vaak so wirft doet. Ik zou’t voor haar over schrijven heb ia beloofd en ook na de oorlog een portret van haar vader tekenen. Joop Hertschleb verwacht met Mei een baton en waarschijnlijk is se over een paar dagen al weij! Vrijdag 13 April. Vrijdag de 13de! Op een Vrijda g de 13 de is idee m'n leven begonnen, hets ik altijd † Want het Feest, waar ik al de Bergense artierten en Nico leerde Kennen, was ook op een Vrijdag de 13de.- Vandaag is Celle bevrijd maar ook Rosefeld gestorven. Buchen walde met 21.000 politieke gevangenen bevrijd! Maar van Nederland us niet veel niemos.“tWeer is heerlijk vandaag. Toen ik daarnet aan't raam stond en naar het jonge groen aan de bomen keek, voelde ik me alleen toeschouwer, maar verlangde niet eens so erg om buiten te zijn. Wel vrij zijn van die jarenlange druk en weer beginnen op te bouwen. Gisteren werd Vader 70 jaar en aangezien hij selb't toch niet sal opschrijven, wie ik hier vertellen, hoe die dag was, want wat sullen er veel mensen aan hem gedacht hebben! Als Traute met de Kinderen nog in Celle door rat, dan werd zij gisteren bevrijd de Amerikanen. Op de 70 ste verjaardag van Vader. Wat zou dat een wanderbaarlijke schikking geweest zijn. Moeder en ik hadden ons niets voorgesteld van die dag. En hoe geweldig viel ⁊ mee. 's Ochtends dro ontbeten we met 2' u driëën op hun kamer in de son. De Kamer was al vol van bloemengeur. Twee grote vazen van thuis vol met tulpen en nya- cinten Féu vaas van Moeder cu mij en de andere van allen, die er niet waren Oma, Hans, Prante en Eva, Jots, Ri en al de Kleintjes. Moeder had so veel mogelijk. Kiekjes er bij gezet.- Dat ontbijt was al reuze feestelijk. We hadden ons mooi gemaakt en vader sag er ook beter uit dan anders. Met een beetje kleur op 2h wangen en meer licht in de ogen dan de laatste tijd. Hij Küste m'n hauden toen ik kwam feliciteren, dat maakte meerg verlegen. F+ Is een aanwensel van hein van de laatste tijd't Doet me altijd 20 vreeud aan, als hy dat doet. Van Floris Kreeg Vader een ei, dat ik voor hem gebakken had. Moeder en ik saten er bij gewoon te genieten om alleen al van hem te sien eten. Al lang voor Pasen had hij gedroond van een gebakken ei met 2h verjaardag. Hij was er nu echt gelukki mee.- Alles liep die dag so goed, als ik heus niet had kunnen hopen. Om II nur had ik al koffie en een pannekoekje voor elk klaar en vader kuram beneden om sich door de gemeenschap te laten teliciteren Hij Kreeg een kaas, troce sigaren en cen plant. Met de Kaas is hy Kij als een Kind. Er heerste echt even ein vredige stemming en Vader vertelde van zijn 60 sten verjaardac; van het Feestschrift van Frenkel in de stof zuiger en van Radbruch, die toen over kwam.- Maar al spoedig aat Vader al te werken tot’t eten. Een aten we Soep, die hij gekozen had en ook daar was hij erg gelukkig mee. Maar’t hoogtepunt van de dag voor hem was een toespraak van Mr. Moltzer.'t Was ook werkelijk erg. aardig bedacht van hem. Hij zeig in naam van al diegenen te spreken, die anders gesproken zouden hebben: v.d. Bergh, Scholte, Levenbach, de Kinderen, en vele leerlingen.’t Was echt een beetje aangrijpend en Vader was er 20 blij mee. Mr. Molzer sprak cr over, dat een genade voor hem geweest was, an m'n ouders te mogen herbergen. Hij was self geheel ontroerd van wat hy velde.- Vader antwoordde natuurlijk ook in een toespraak maar die sond ik niet so goed. De stemming was echt weer bijzonder goed. De bericht en droegen er ook't hunne toe bij. De Canaderen, zijn over de Ysel..-Vader ging na st eten wat slapen. Om 4 nur Kwam de visiete. Mej. Jeane v. Seyp, een vriendin v. Herny; verder Lyda Ode- welt. Zij brachten doemen en eetbaars waar we's avonds met 2'n drie en al van gegeten hebben. En Lyda bracht’t bericht, dat"de Barnevelders waarorder dus. fols en Eia souden zijn, uitgewis seld waren naar Zweden. Als dat waar is! We kunnen't nog niet heelemaal ge- loven.’t zou te mooi zijn! Mijn jusjes allebei vrij. Ook de avond was nog heel feestelijk. Thom en Riekje kwamen met bloemen; weaten eieren met sta; na acht uur zat ik nog boven bij Vader en Moeder. De dag trok nog cens langs ons heen. We dachten aan allen, die er niet bij waren en aan de goede berichten. Vader dronk uit een vlesje alcohol, dat hij van Jeane had gekregen en we aten nog een zweed- se boteram, die ook juist gisteren arriveer- de.- Nu weten jullie, hoe die dag voortoij ge- gaan is. Vader was erg goed en blij met alles. Hij sag er niet 26 oud uit als de laatste tijd aldoor. Zelfs de visiete ver- moeide hem niet beijsonder. Moeder heeft de heele dag so genoten en straalde als Vader iets eetbaars kreeg. Toen Mr. Moltzer 20 sprak begreep ik igen. lijk pas, wat Vader die dag moest missen en hoe hij gevierd sou zyn, als nog alles gewoon was.- 18 April 1941. We dachten, dat die bevrijding so gemakkelijk zou gaan, maar nu pas begin ik te begrijpen, dat ons niet alleen dat heerlijke: de bevrijding te wachten staat, maar dat eerst iets grinoelijks en benauwends zal komen. De Wieringer meer is onder water gezet, de stuizen bij miden zijn geopend; de zuiderseedijk doorgestoken en de Dnitsers en N.S.Bars trekken Hernen op dit Kleine stukje grond van Alkmaar tot Rotterdam.'t Is om wanhopig te worden en ja krimpt in elkaar van angst voor wat komen gaat. Wat waren we vroeger en nog kort geleden hooprol gesteind, als we aan de bevrijding dachten. En nu sal't een bladige en hongerige bevrijding worden. Sinds een paar dagen ben ik aan't pakken en schoonmaken, want zaterdac ga ik ver- huizen, naar Leentje, als er niets tussen kond dat natuurtijk.- Carto, kun je indenken, iemand aan een stuk door bång is? Gang voor wat komen gaat, al lijkt't van buiten nog 20 mooi. Ik ben bång om naar Leentje te gaan omdat't daar toch vreemd voor me is en doelloos. Bång, dat ik er de boel opcet. Beng dat.... ik weet niet wat alle maal: om van Floris weg te gaan maar ook om bij hem te blijven. Ik was nooit en er licht en hoopvol, maar door deze corlog ben ik nog veel swaarder en onbewegelijker ge- Dr. worden.- Gisterochtend praatte ik met Holthuis en vanavoud aan tafel met Mr. Moltzer over iets onbelangrijks. Beide keren & werd ik tegengesproken en beide keren als 20 vaak voordien flitste’t door me heen dat ik iets domis gezegd had en dat ik op moet passen met mijn mening te verkonden gen omdat die dom is. Gek. Waarom denk- ou ik niet, dat ik gelijk geb en de ander gelijk? "Is drukkend in huis. De mensen vertrouwen elkaar niet en minachten elkaar. Allen gnakken naar de dag, dat we uit elkaar gaan.’t Leven is op die manier 20 gr arm. zalig. Vader ligt in bed met een zicke måg, mevrouw Moltzer met een vinger, Mr Kooy- man strompelt van de cene stoel naar de ander, Meur. Kooyman weegt nog maar 94 pond met kleren. De jengt Kykt awart en is prikkelbaar. 20 wachten we op de bevrijding.- Ik slik maar aldoor Valeriaan en aspirientjes en Coop Krom en stel me aan Ftoris stelt aan bij alles wat hij doet en Hermie speelt de baas in huis. Zoeven bekeek ik in de spiegel mijn eerste op- komende verestandskies. Ik heb voor de tweede keer de Radetckymarsch gelezen v. Joseph Roth.- Dese keer boeide het me geweldig en ik vind het geweidig mooi. Wat kun je meeleven met Carl Joseph en hoe be- grijp je de geest waarin hij opgevoed is; je ziet de wereld voor je waarin hij leven moet en de ketens die hem binden begrijp je 20 goed. Daarvoor Cas it"Die Kreutzersonate v. Tolstoï. Als ik lees tracht ik altijd met m'n eigen leven te vergelijken. En op die manier boeide me die Kreutpersonate 20 cre. Wat zou ik niet al kunnen doen uit faloezie en hoe kun je elkaar prikkelen als er geen liefde is en je heeft naast elkaar. Had ik niet haast uit haat laatst een steen naar Floris gegooid? Hoe precies heeft Polstoi kunnen navertellen, wat er gedurende 20'n huwelijk in je orngaat. Als je’t leest begrijp je eigenlijk pas wat er in je zelf leeft en hoe alles 20 kon copen, 20 April 1445. Vanochtend stonden de geallieerden 20 km voor Amsterdam. Hitler wordt vandaag 56 Morgen is't de laatste dag hier in huis voor me Gistermiddag stond Vader weer een beetje op en ging in de son voor’t raam sitten. Den kwamen er twee jonge mannen op de tiets aan en Vader giste nog, dat’t wel eens dedektieven konden zijn. Floris deed open 't waren vrienden van hem. Even later kwam ik boven bij hem. Hij had een pakje Krantjes gekregen. Ineens viel er een brie Ja, op 20'n onnosele manier kun nit. 't heerlijkste nieuws ontvangen, want op te dat vodje papier stond, dat Jobs en Eva op de lijst voorkwamen van mensen, die nitgewisseld zijn naar Zwitserland! Lieve Yobs en Eva! 20 g lang zijn we hang geweest om jullie. Ik Kneep'in op een verschrikke- lijke manier en drooinde vaak angstig van jullie. Vooral aan m'u Accitje durfde ik nauwelijks denken en aan Jots, die we- foch pas gevonden hadden voor de oorlog. Hoe kan iheens geluk en rust over je kome door zulk nieuws. Ik ben altijd al wankel geweest van binnen. Maar de laatste jaren werd dat hoe langer noe erger. En mi ineens zie ik 20 iets veitigs voor me. Jullie weten niet, wat jullie voor me betekenen en † Seit alleen al, dat jullie misschnen al sinds maanden in vrede leven, geeft mij een heerlijke rut en steun in m'n rug, die als maar futlozer werd. Gisteravond speelde een overbuurman véer eens harmonica. Toen ontstond al meteen voor m’n ogen het beeld van jullie op een bank voor een switsers huisje of wandelend Cangs de paden van Witdhans en in de verte een harmonica, soals je't daar zo veel hoort. En de sou ging voor jullie net onder, even- als hier en in't huis sliepen de Kinderen Ik zag Johs ook al met Arthur Baumgarten, die in ih wezen zo veel op je lijkt en moeder en ik stelden ons voor, je hoe jillie aan het brood dachten, dat wij Inist gisteren kregen van't Zwitserse rode Kruis. Eetje segt Johs, jii zit na- tuurlijk met ängstige swarte ogen naar de radio te luisteren, die 20 veel naars over ons vertelt. En vaak zul je huikud wakkerschrikken van Angst. Ik keu je 30 goed, weet je, ik ben so net cender als jij geworden en klein nu net als jij vroeger mijn lippen op elkaar, dat se een streep worden. En voor de spiegel lijk ik vaak, of ik niet weer wat meer op je lijk.- Maar die gruwelverhalen ber ons in de radio zijn tot nu toe vook ons nog niet van toepasoing. We leven nog goed. Alleen vader ziet er slecht uit on hij is oud geworden. 20 weten jullte, dat ik op jullie wacht om Eva een beetje te verwennen en om jullie aanwezigheid kracht te putten. 29 April 24 wij Dagtoek, sinds een week precies ben ik Leentje en daardoor"half vrij", want ik wandel en kom buiten 20 vaak als ik maar wil. En sinds ik dat nare huis achter me heb, voel ik me niet meer aan de grens van't get zijn en staar met meer so in mezelf, maar kijk naar tonsten en tracht te leven of eigenlijk leef ik vanzelf. En door dit leven kom ik er nauwelijks toe om aan jou te denken. Gisteravond was er een moment dat we dachten, dat de oorlog afgelopen was De geruchten waren een peetje juist omdat inderdaad Himmler de capitulatie aangeboden had, maar alleen aan Enge landen Amerika, niet aan Rusland. In dat is met aanvaard. Toch kunnen we nu elke das de bevrijding verwachten. In Berlijn zijn de küssen! Voor’t eerst heb ik een dode gezien: Oom Emik. Ik had er vrezelijk tegen op gezien Je bent so hang om voor't eerst de dood te zien. Maar hij lag er so vredig also hy stiep, hoewel heel kod en ver. Gek da't je nooit je eigen gevoelens kunt volgen in geselschap. Ik had hem graag alleen ont. maar er waren 20 veel mensen m moet 0